Femmo Haisma

Afbeelding

“Mijn naam is Fenno Haisma en ik ben inmiddels zo’n twintig jaar secretaris van de Historische Vereniging gemeente Zuidlaren. Ik was eerst gewoon lid, maar toen ik met pensioen ging, werd ik gevraagd of ik in het bestuur wilde komen. Dat leek me wel wat. Ik ben geboren en getogen in Zuidlaren en heb altijd een sterke band met het dorp gehad. Dan ben je vanzelf geïnteresseerd in wat hier allemaal is gebeurd.

We houden ons bezig met de geschiedenis van Zuidlaren. In de bibliotheek hebben we een eigen plek met vitrinekasten vol historische voorwerpen en boeken. Ook hebben we een uitgebreide fotobibliotheek met meer dan duizend foto’s. Regelmatig krijgen we spullen aangeboden van mensen uit de omgeving. Elke dinsdag houden we zitting in de bibliotheek, waar mensen terechtkunnen met vragen of om informatie te delen.

Van september tot en met april organiseren we iedere maand een bijeenkomst in De Ludinge. Daar nodigen we een spreker uit en meestal komen er tussen de zestig en honderdtwintig mensen op af. We zijn ooit begonnen in het Veerhuis, met zo’n dertig à vijfendertig bezoekers. Al snel hadden we een grotere locatie nodig. Inmiddels hebben we ongeveer zeshonderd leden, ook mensen die niet meer in Zuidlaren wonen of zelfs in het buitenland verblijven. Blijkbaar blijft de plek waar je vandaan komt toch trekken.

Vier keer per jaar geven we ons tijdschrift De Zeven Brinken uit, met verhalen over het verleden van Zuidlaren. Een aantal mensen schrijft daarvoor artikelen. Ook tijdens onze bijeenkomsten is er ruimte voor vragen en opmerkingen. Soms kijken we wat verder dan Zuidlaren zelf. We hebben bijvoorbeeld een lezing over de Ommelanden gehad. De komende bijeenkomst gaat over de banketbakkerij van Hovius. En bij de nieuwjaarsbijeenkomst zorgen we voor een vrolijke noot, met muziek erbij.

Ik heb het nog steeds erg naar mijn zin bij de vereniging. Ik heb er de tijd voor en vind het mooi dat we de geschiedenis van Zuidlaren levend houden. Er is hier zoveel gebeurd en er zijn zoveel verhalen te vertellen. Zolang mensen voorwerpen blijven aandragen en belangstelling blijven tonen, hebben we nog genoeg te doen.”

UIT DE KRANT