Piet’s Big City week 25 “16
Mensen gaan dood. Elke dag. Met een mooi woord noemen we dit ontvallen. Hij of zij is ons ontvallen. Klinkt aardiger dan dat hij of zij dood is. Komt op hetzelfde neer, maar toch….. Steeds meer mensen uit mijn omgeving ontvallen mij. Dit komt omdat ook ik ouder word. Nadat Johan Cruijff was gestorven heb ik de hoop dat ik onsterfelijk ben naast mij neergelegd. Wanneer Johan dood gaat, dan geldt dit immers voor iedereen. Altijd heb ik gedacht dat Cruijff onsterfelijk zou zijn. Nou, mooi niet dus. Zelfs voor hem geldt dat de dood onverbiddelijk is. Laatst las ik op de overlijdenspagina in de krant dat er een man was gestorven die op 7 mei 1949 was geboren. De adem stokte me in de keel. De overledene was slechts een dag ouder dan ikzelf. Voelt raar en ook een tikkeltje angstig dat iemand van je eigen leeftijd is overleden. Elke dag lees ik de pagina’s waarop de overleden mensen staan afgedrukt. Soms zijn het er maar heel weinig, soms zijn het ook pagina’s vol. De Groningers en Drenten staan keurig gescheiden. Bij het lezen van die uit Drenthe ben ik altijd minder geconcentreerd dan bij die uit mijn eigen provincie. Het valt me op dat er zoveel vijftigers en zestigers, mijn leeftijd dus, ons ontvallen. Af en toe staat er nog een belegen versje van Toon Hermans bij over een vriend, mooier vind ik de regels van Vasalis, Jean Pierre Rawie en Harry Muskee. Rawie dichtte in de jaren 90 de bundel ´Onmogelijk geluk´, waaruit ik zo nu en dan wel enige regels herken. Geldt ook voor de verzen van Vasalis en de muziekteksten van Harry. De blueszanger schreef zijn mooiste zinnen wanneer hij liefdesverdriet had. Terug naar onze doden. Er zijn periodes dat ik tijdens het lezen van de berichten teveel bekenden tegenkom. En er zijn godzijdank ook weken dat het slechts vreemden zijn. Ik knip wel eens een advertentie uit. Vaak omdat het een kennis van me is, ook wel omdat ik de tekst zo mooi vind. Zoals deze uit een advertentie van een onbekende man van mijn generatie. Voor de dood zijn wij het bangst, dat heeft de dood toch niet verdiend. Hij kwam voor je als een goede vriend, Hij heeft je zacht in slaap gesust, geen onrust en geen angst, maar eindelijk rust. Ik heb dit bewaard omdat het me ontroert. Omdat er gesproken wordt over geen onrust en geen angst. Dat de dood dit niet heeft verdiend omdat hij jou de vaak zo lang verwachte rust heeft gebracht. De laatste tijd valt het me op dat de overlijdenspagina´s weer behoorlijk zijn gevuld. Soms zit er wel eens een minder gevulde dag tussen, maar over het algemeen blijven er genoeg mensen ons ontvallen. Tot besluit van deze dodencolumn nog twee regels van Thomas Acda. Als je bij me weg gaat, mag ik dan met je me. En volgens Thomas, heeft de dood hem verdiepingen gegeven.