Piet’s Big City week 22 “16
Vanaf 22 november 1990 loop ik hard. Rennen mag ook, of joggen. De laatste twee keer ben ik voortijdig afgehaakt. Heb ik mijn rondje Noorddijk niet voltooid. De reden is pijn aan mijn linkerknie. Voorheen had ik altijd wat last van mijn rechterknie, nu zomaar de linker. Was mijn rechter maar net zo als mijn linker heb ik altijd gedacht. Sinds kort is het andersom. Als mijn linkerknie nu net zo zou zijn als mijn rechter dan had ik nog gewoon kunnen joggen. Weliswaar is het tempo waarin ik mij voortbeweeg schrikbarend laag, ik had kunnen blijven lopen. Dokter Peter Strikwerda geeft duidelijkheid. Het heeft met je leeftijd te maken Piet. Het is de verandering van het kraakbeen in je kniegewricht. Men noemt dit artrose. Jij hebt artrose in je linkerknie. Is het niet de meniscus dokter?, probeer ik nog voorzichtig. Dan zou er vocht inzitten en was de knie dik riposteert Peter. Artrose is dus de boosdoener. Beter om niet meer te rennen. De harde ondergrond is te belastend voor het gewricht. Fietsen en zwemmen is in dit geval beter. En ik moet er voor zorgen dat ik niet te zwaar word. Pijn en stijfheid in de knie houden mij voorlopig dus ver van de loopschoenen. De stijfheid voel ik vooral wanneer ik na lang zitten of liggen weer in beweging kom. Artrose heet dit dus. Ik herinner me dat mijn moeder hier ook last van had. Bij haar zat het vooral in de handen. De 4 Mijl van Groningen kan ik wel op mijn buik schrijven. Nu is dat niet het ergste, want na de 26ste editie vond ik het welletjes. Ik had genoeg geld bij elkaar gerend voor alle goede doelen die de revue waren gepasseerd. En het geschreeuw van het volk langs de kant was ik ook helemaal zat. Mannen met pensen van hier tot Tokyo die mij toeriepen dat er wel een tandje bij mocht. Proleten zijn het. En die wijven naast hen maar lachen. Wat een humor heeft die vent van mij toch. Diep in mijn hart had ik dit jaar op 9 oktober volgaarne nog een keer die vermaledijde 4 Mijl willen lopen. Nog een keer al dat gezwets van de toeschouwers trotseren en nog een keer binnen de 50 minuten finishen op de Vismarkt. Elske Dijkstra, de nieuwbakken Grietje Pasma, die me opvangt en mij liefdevol het zoveelste badlaken van de Gasunie om de schouders drapeert. Nog een keer het zo verdiende biertje in de VIP tent, waar Marjo van Dijken en Jacques d’Ancona gedachteloos met de collectebus rondgaan. Nog een keer napraten met Marijke, de moeder van Erwin en Ronald Koeman, over de ontberingen die ik wederom heb moeten doorstaan en voor de laatste keer de complimenten van de burgemeester, die zelf ook dolgraag had mee willen doen maar als geldig excuus de medailles diende uit te reiken. Deze mooie gedachten zullen helaas niet bewaarheid worden. Artrose houdt me aan de kant.