De zelfgemaakte vliegers van Gerrit Denekamp zijn kleine kunstwerken

ZUIDLAREN - Bij binnenkomst van Gerrit Denekamps keuken in Zuidlaren is gelijk duidelijk wat zijn hobby is. Langs de muren staan verschillende vliegers opgesteld. Op de een staat Nijntje van Dick Bruna afgebeeld. Een ander laat de Japanse berg Fuji zien, inclusief zonsondergang. De gepensioneerde bouwvakker maakt de contrapties zelf. Hij vertelt graag over zijn passie.
“Jaren geleden gingen we kamperen op Schiermonnikoog. We zaten 3 weken op de camping, daar kwam ik een paar mensen tegen die in de weer waren met vliegeren. In eerste instantie leek het me niks, maar ik probeerde het uit en het was toch heel leuk. Daarna kocht ik er zelf 1, toen besloot ik eens te proberen er zelf 1 te maken.”
Inmiddels maakt Denekamp al bijna 25 jaar vliegers, van allerlei typen en formaten. “Ik denk dat ik er inmiddels zo’n 70 of 80 heb gemaakt. Ik ben ongeveer 30 uur bezig met 1 exemplaar. Een stel zijn kapot gegaan, maar de meeste heb ik nog. Mijn allereerste doet het nog steeds, die is niet kapot te krijgen.” Een deel van zijn collectie heeft hij cadeau gekregen, waaronder een vlieger in de vorm van een trein. “Daar zijn er misschien 5 of 6 van in de wereld. Ik kreeg hem omdat ik me altijd veel heb ingezet voor het vliegermuseum. Toen die moest sluiten omdat er geen geschikte locatie meer voor was, kreeg ik hem mee.”
De gepassioneerde vliegeraar reist regelmatig naar locaties in het binnen- en buitenland waar vliegerfeesten worden georganiseerd. Gelijkgestemden komen samen om hun mooiste en meest bijzondere modellen te laten zien. “Daar zie je bijvoorbeeld olifanten of walvissen de lucht in gaan. Die kunnen wel 5- of 6.000 euro kosten. Dat is het mij niet waard.” Denekamp organiseert zelf elk jaar op Schiermonnikoog een bijeenkomst voor vliegeraars.
Twee keer per jaar regelt hij ook iets bijzonders voor kinderen die op Schier kamperen. “We laten dan knuffels parachutespringen. De knuffel gaat met een vlieger naar boven, eenmaal boven gekomen wordt hij losgekoppeld en zweeft met een parachute naar beneden. De kinderen vinden dat prachtig. Een knuffel die voor het eerst een sprong maakt krijgt een speciaal diploma.” Denekamp glundert wanneer hij erover vertelt. “Elke keer kijken de kinderen ernaar uit, dan hoor ik dat ze van tevoren al aan het nadenken zijn over welke knuffel nog geen diploma heeft gehaald.”
Een andere passie van Denekamp, die ook met vliegeren te maken heeft, is zich in een buggy laten voorttrekken door een grote vlieger. “Afhankelijk van hoe hard het waait, kan ik snelheden van ongeveer 60 kilometer per uur halen. Overdag rijd ik daarom meestal niet, dan is het te druk op het strand. Ik ben er weleens uitgevlogen, het is een extreme sport.”
Wanneer Denekamp op het strand van Schiermonnikoog bezig is met vliegeren heeft hij een kar vol met verschillende modellen bij zich. Hij maakt graag een nieuwe generatie enthousiast voor het vliegeren. “Ik heb altijd een paar simpele vliegers bij me. Als ik kinderen tegenkom die het leuk vinden, dan geef ik ze er 1, zodat ze het zelf kunnen leren.” Een vergoeding van de ouders vindt hij niet nodig, wel staat hij ze toe om hem een donatie te overhandigen voor Stichting Kinderen Kankervrij.
Vaak helpt hij ook kinderen en ouders die worstelen om een vlieger voor het eerst de lucht in te krijgen. “Dan zie ik een moeder en kind het er moeilijk mee hebben. Dat kan ik niet aanzien. Dan geef ik een paar tips, later komt zo’n kindje naar me toe om trots te vertellen dat het al veel beter gaat. Dat is heel leuk, je bent er immers ook om elkaar te helpen.”
De vliegergemeenschap is niet enorm groot, op de samenkomsten ziet Denekamp altijd veel bekende gezichten. Een vriend en medevliegeraar uit Zuidlaren die overleed liet hem zijn verzameling vliegers na. “Ik heb ze in bruikleen, zijn dochter lijkt wel interesse te hebben om het als hobby op te pakken. Dan krijgt ze natuurlijk de vliegers van haar vader terug.” Bij 1 van de vliegers kreeg Denekamp een bijzondere opdracht mee: die moet net zo lang vliegen tot hij helemaal kapot gaat. “Die heet het ‘Heksenbeest’, eerst had hij een staart van wel 30 meter. Daar is inmiddels nog 5 meter van over, er zitten scheuren in en wat latjes zijn gebroken. Zolang als het kan vlieg ik ermee door.”



