Gambia, een sfeerimpressie van Ger Brink

EELDE-PATERSWOLDE - Ger Brink heeft een diepe liefde voor Gambia, in het westen van Afrika. Regelmatig bezoekt hij het land en zet zich in voor beter onderwijs voor arme kinderen. Onlangs keerde hij terug naar het land, hij deelt zijn ervaringen.
“Sinds de eerste keer dat ik in 2020 naar Gambia geweest ben is het land blijven boeien. Niet alleen vanwege de vogelrijkdom, maar ook door de opgewekte en vriendelijke mensen, ondanks het feit dat aan alles een gebrek is en de vreselijke armoede. Afgelopen maand ben ik voor de derde keer in Gambia geweest en ik heb wederom een rondtocht door het land gemaakt.
Omdat ik vanaf 2020 ieder jaar 1 of 2 keer hulpgoederen verzamel wil ik u graag meenemen in mijn ervaringen met het land, de mensen en welk effect de hulpgoederen hebben.
Aan de hand van mijn rondreizen zal ik eerst schetsen wat je in het land tegenkomt. We starten in Kotu, onze verblijfplaats en gaan vandaar naar Banjul.
In de steden rondom Banjul zie je vrij veel auto’s, veelal oud en beschadigd. Veel auto’s kennen hier een 5e of 6e leven en zijn afkomstig uit Europa. Op meerdere vrachtauto’s zie je nog de Nederlandse of Duitse opschriften van de vorige eigenaar. Eenmaal stuk worden ze veelal gewoon aan de kant van de weg gezet en verlaten
Via Banjul en het veer gaan we naar de overkant van de Gambia rivier. Banjul, een stoffige stad met nauwe straatjes, waar je niet doorhebt dat je bij het haventerrein komt. De weg houdt gewoon op, plaats voor een tiental auto’s volgens het principe “wie het eerst komt het eerst maalt”. Sta je niet op het terrein, dan sluit je gewoon aan in een van de straten die naar de haven leiden. Veel mensen maken de overtocht te voet, voor een dagtocht naar Noord-Senegal, voor een rondtrip zoals wij, maar heel veel mensen met wat persoonlijke bezittingen voor de verkoop op een markt.
Aan de overkant is het een drukte van jewelste. Verkopers van fruit en brood proberen hun waar te slijten aan de drommen voetgangers.
Eenmaal uit het gedrang rijden we via de noordelijke verharde weg. 80% van de wegen in Gambia is onverhard. Onderweg komen we door kleine dorpjes. Huizen van golfplaten, vrouwen op de grond zittend om wat groente te verkopen, kleinschalige gebouwtjes waar wat bedrijvigheid is. Mannen zitten veelal in groepjes thee te drinken en de tijd te doden. Verder zie je (heel) veel kinderen. In elk dorpje dat we passeren heb je drempels en in het midden van het dorp altijd een checkpoint van de politie. Zodra ze zien dat er blanken in de auto zitten is de verleiding groot om wat contant geld te vragen. Onze gids ontwijkt dit iedere keer handig. Dichter bij de grens met Senegal zijn de lokale politieagenten vervangen door zwaarbewapende militairen. Klaarblijkelijk is hier meer spanning dan in andere gebieden.
Aan de rand van de wegen ligt ontzettend veel plastic. Rond de dorpen hoopt het zich op tot open stortplaatsen. Links en rechts worden die in brand gestoken. Meerdere mensen struinen de stortplaatsen af naar iets bruikbaars.
Onze eerste stop is Morgan Kunda. Een logement, opgericht door een Engels echtpaar, met het doel het te laten runnen door locals als een soort leerplek. De revenuen komen ook ten goede aan de lokale bevolking.
Vandaar door naar Janjanbureh (Georgetown). Koeien, geiten en ezels lopen gewoon los op de weg. (Bijna) geen verkeer, behalve een enkele personenbus. Dit is het vervoermiddel om van A naar B te komen. Afgeladen tot op de laatste plaats, hoog opgestapelde goederen boven op het dak. Op gezette plekken staat een kapotte auto of vrachtauto, te wachten op een reparatie die er niet meer gaat komen. In Janjanbureh hebben we een bezoek gebracht aan het voormalige slavenhuis. Het maakt je heel klein als je hoort waar mensen vroeger toe in staat waren.
Na Janjanbureh gaan we, aan de zuidelijke kant van de Gambia rivier naar Tendabakamp, een uitvalsbasis bij uitstek voor vogelaars. In Janjanbureh en Tendabakamp maken we, in gammele bootjes, een boottocht over zijarmen en kreken van de Gambia rivier. Met als resultaat een aantal bijzondere waarnemingen van vogels. Aan wildlife geen gebrek.
Het laatste stukje voert ons weer naar Kotu, alwaar we heerlijk aan het strand kunnen nagenieten van onze 5-daagse rondgang.”








