In Eelde wordt nog op ambachtelijke wijze hout gezaagd

Afbeelding
Foto: Jos Smit

EELDE - In de houtzagerij van Annechienus Kok in Eelde ruikt het naar motorolie en zaagsel. Gelijk naast de voordeur hangt een foto van Koks opa, voor de oorspronkelijke zagerij in Peize. Annechienus is de derde generatie die boomstammen tot planken, palen en balken zaagt.

Tegen een van de muren staat een wringhek in aanbouw. Het is een type hekwerk waarin de familie Kok gespecialiseerd is. “Het is een ouderwets landhek,” vertelt Annechienus. “Ze zijn altijd van eikenhout gemaakt. Dat is prachtig materiaal, veel mooier dan staal bijvoorbeeld.” De hekken zijn populair, Kok verkoopt ze aan particulieren maar ook de stichting Het Groninger Landschap plaatst regelmatig hekken uit Eelde. In elk hek zijn in de bovenste balk drie happen eruit gebeiteld. “Dat is het merk van mijn vader, die begon daarmee. Zo kan ik elk hek herkennen dat we ooit hebben gemaakt,” vertelt Kok met gepaste trots. Het volledige productieproces, van onbewerkte boomstam tot afgerond hek, wordt ter plaatse gedaan.

In de werkplaats staan allerlei bakbeesten van staal en ijzer, die uiteindelijk van ruwe boomstammen gladde planken maken. Het meest imposante is de zaagmachine, een apparaat waar een meterslange bandzaag doorheen loopt. Hoe oud hij precies is durft Kok niet te zeggen, maar hij schat dat hij zo rond 1920 nieuw moet zijn geweest. Het onderhoud aan al zijn machines doet hij nog zelf, het slijpen van de zaag besteedt hij tegenwoordig uit. 

Met zijn zevenenzeventig jaar is hij niet de jongste meer. “Ik doe het nog omdat ik het leuk vind en omdat er vraag naar is,” legt Kok uit. En die vraag is er, dat blijkt wel uit de vragen die hij nog altijd binnenkrijgt. Een buurvrouw stapt even binnen, ze heeft een idee hoe ze een oude eettafel wil hergebruiken. Daarvoor moet de oude tafel in stukken worden gezaagd. Of Annechienus daarover wil meedenken. Lachend zegt hij dat hij daar straks tijd voor heeft.

Wie goed kijkt ziet in de werkplaats overal briefjes hangen, met daarop cryptische beschrijvingen en instructies. “Dat is mijn systeem,” zegt Kok lachend. Hij vertaalt een briefje, “Kijk, deze klant moet een stel planken hebben van twee meter en een paar palen.” Als elk briefje een order is die nog geregeld moet worden, dan is er nog genoeg werk te doen in de houtzagerij. 

Annechienus staat er gelukkig niet alleen voor. Zijn dochter en schoonzoon wonen naast de werkplaats. “Mijn schoonzoon komt regelmatig helpen wanneer hij tijd heeft, mijn dochter helpt met de boekhouding.” Zelfs zijn kleindochter draagt een steentje bij. “Zij vindt het leuk om graveerwerk te doen.” Trots pakt hij een plankje erbij, met daarin een sierlijke letterlijke ‘B’ gegraveerd. Daarnaast wordt hij geholpen door Rob en Johan. Johan zet de wringhekken in elkaar, nadat Kok het hout heeft gezaagd. Rob installeert de hekken op locatie.

Op een richel in hoog aan de muur zit een houten mannetje, dat over de werkplaats uitkijkt. Een cadeau van houtkunstenaar Johanna Nijlunsing die regelmatig bij Kok over de vloer komt om hout op te halen. Aan een andere muur hangt een sierlijke pijp, op een speciaal gemaakt bordje. Een presentje voor hem van beeldhouwer Ibo Heeres. Er is duidelijk nog altijd vraag naar de expertise en kennis die over de generaties zijn opgebouwd. Kok is voorlopig dan ook niet van plan om te stoppen. “We zijn een team, we doen het met elkaar. Dat maakt het mooi,” besluit hij.

UIT DE KRANT