Dieren staan centraal bij nieuwe expositie De Buitenplaats

EELDE-PATERSWOLDE – In Drents Museum De Buitenplaats wordt hard gewerkt aan een nieuwe expositie. In deze tentoonstelling, getiteld ‘Beauty of the Beast’, draait het om dieren in de art nouveau. Muriel Ramuz is als conservator van het museum verantwoordelijk voor het opzetten van de expo. Op zaterdag 18 april opent het museum de deuren en kunnen mensen de diversemeer dan honderd kunstobjecten bewonderen. De conservator licht nu alvast een tipje van de sluier.
Een lang selectieproces ging aan de expositie vooraf. Hiervoor kon Ramuz putten uit het gigantische depot van het Drents Museum. “Ik had een enorme keuze. Tijdens mijn zoektocht bleven mooie dieren maar tevoorschijn komen.” Het dwong haar om moeilijke keuzes te maken. “Als ik dacht dat ik klaar was kwam er weer een prachtige kikker of kalkoen tevoorschijn. Het voelde echt alsof ik dieren moest achterlaten”, vertelt ze lachend.
Een belangrijke stap in het selectieproces was bepalen op welke manier de talloze objecten tentoongesteld zouden worden. Ramuz: “Dat was een leuke brainstormsessie met de vormgever. Uiteindelijk besloten we om de dieren per habitat op te stellen. Er is bijvoorbeeld een apenrots, een volière en een aquarium.” De dieren bevinden zich in hun natuurlijke omgeving, wat het museum de gelegenheid geeft om de grote verscheidenheid aan kunststukken te tonen. “We willen laten zien op welke brede manier dieren kunnen inspireren. Alle kunstenaars gingen er op een andere manier mee aan de haal”, licht Ramuz toe. De kunstenaars gaven elk hun eigen draai aan de dieren, toch blijkt dat bepaalde aspecten van elke diersoort het meest tot de verbeelding spreken. “Bij insecten zijn het vaak details, de fijne vleugels of de ogen bijvoorbeeld. Bij vogels gaat het vooral om de grote verscheidenheid aan kleuren terwijl bij apen het meestal om het karakter draait”, somt Ramuz op.
In de art nouveau, een kunststroming die van 1890 tot 1914 populair was, vormden dieren een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars. Ramuz legt uit dat er verschillende redenen waren dat juist in deze periode de stroming opkwam. “Door de industriële revolutie bevond de wereld zich in een stroomversnelling. Kunstenaars voelden dat het tijd was voor een nieuwe kunstvorm. Ze lieten zich inspireren door de natuur en dieren. ‘’Die vertegenwoordigden de schoonheid, verstilling en authenticiteit waar in de maatschappij geen aandacht meer voor leek te zijn.”
In de expositie staan niet alleen schilderijen centraal, maar juist ook gebruiksvoorwerpen waarop dieren zijn afgebeeld. Van kamerschermen tot boemomslagen en vazen en schotels; kunstenaars versierden de meest uiteenlopende voorwerpen. De conservator vertelt dat ook dit helemaal past bij de art nouveau stijl. “Er kwam meer aandacht voor toegepaste kunst. Volgens de kunstenaars moest schoonheid weer deel gaan uitmaken van de samenleving. Daarbij vervaagde de hiërarchie in de kunst, beeldende kunst werd niet meer automatisch als het hoogst haalbare gezien.” Daarbij werd teruggegrepen naar oude ambachten, zoals houtsnijkunst, die door de industriële revolutie werden verdrongen.
“Het was ook een idealistische stroming, schoonheid moest niet meer alleen beschikbaar zijn voor de elite”, stelt Ramuz. Door juist gebruiksvoorwerpen te versieren kwamen deze binnen handbereik van mensen met een smallere portemonnee. Tussen het ideaal en de realiteit zat alleen, zoals vaker het geval is, een grote kloof. Ramuz twijfelt of de kunstenaars slaagden in hun opzet om schoonheid voor iedereen toegankelijk te maken. “De tijd die het kost om zulke objecten te maken betekent automatisch dat ze kostbaar waren.” Het was dus nog steeds de gegoede burgerij die het zich kon veroorloven om een handgemaakte en versierde een handgemaakt en versierd kamerscherm in huis te halen.
Als grote dierenvriend was deze expositie samenstellen een droom die uitkomt voor de conservator. Het is dan ook onmogelijk om een favoriet kunstwerk eruit te pikken, maar bepaalde exemplaren springen toch uit. ‘Roofvis’ van Jaap Veldheer is een van Ramuz haar favorieten. “Het is een combinatie van de typische art nouveau stijl, gecombineerd met Japanse houtsnijkunst. De vis lijkt je echt aan te kijken, voordat hij snel weer wegzwemt. De pauw is misschien wel het meest gebruikte dier, maar ik vind zelf de ietwat knullige beesten het leukst”, besluit Ramuz lachend.
‘Beauty of the Beast – Dieren in de art nouveau’ opent op zaterdag 18 april met een grote open dag, waarbij het museum gratis toegankelijk is. Iedereen is welkom van 11 tot 17 uur



