De Ongenode Gast struint over de kermis van Eelde

EELDE - Je hoort de kermis van Eelde al lang voordat je de kraampjes ziet. Vanaf een paar straten verderop dreunt de zware bas de toehoorder tegemoet. Wat dichterbij is het volgende zintuig aan de beurt, namelijk de reuk. De geur van frituurvet, afgewisseld met de onmiskenbare geur van suikerspinnen, waait de neus binnen. Pas daarna komen de draaimolen, zweefmolen en botsauto’s in zicht. Het is vrijdagmiddag, de kermis is al even bezig. De Ongenode Gast is al jaren niet meer op een kermis geweest, hij wil wel wat jeugdsentiment beleven.
Midden op het plein, naast de mobiele speelhal, staan Bert en Daniëlle Bousema. Ze hebben hun kinderen Rens en Maud meegenomen naar de kermis. Ook Tara en Mirren, vriendinnen van Maud, zijn van de partij. Grote glimlachen en fonkelende ogen laten zien dat de kinderen het opperbest naar hun zin hebben.
De Gast is benieuwd welke attractie ze het meest kan bekoren. De meiden zijn unaniem: de grote bank die heen en weer en over de kop gaat is hun favoriet. Ze zijn inmiddels ervaringsdeskundigen, allemaal zijn ze er al eens in geweest. De middag loopt wel op zijn einde, wat zijn ze nu van plan om te gaan doen? “We gaan nog 1 keer in de bank”, zegt Maud enthousiast. Tara vult aan, terwijl ze behendig een fidgetspinner tussen wijsvinger en duim laat draaien, “Morgen is de jaarmarkt, daar gaan we ook allemaal naartoe.”
Elke attractie heeft zijn eigen muziekinstallatie, de volumeknop lijkt bij iedereen vast te zitten op het standje ‘max’. Hitjes uit de oude doos en moderne krakers vormen samen een soort muzikale brij. De Gast wandelt langs de verschillende kraampjes. Bij de snoepkraam ziet hij dat er nog steeds grote wijnballen worden verkocht, iets wat voor hem nog meer bij de kermis hoort dan suikerspinnen. Wat hem betreft is niks zo typisch voor terugkomen van de kermis als een plakkerige, half opgegeten wijnbal uit je zak proberen te peuteren.
Al mijmerend wordt hij aangeschoten door 3 jongens, Sil, Hugo en Jurre. “Sorry meneer, maar mogen we vragen wat u hier doet?”, vraagt Sil. De Gast legt uit dat hij verslaggever is en dat deze heuglijke dag niet onverslagen voorbij mag gaan. De jongens vertellen dat zij vooral geïnteresseerd zijn in de behendigheid spelletjes waar ze punten kunnen winnen, die vervolgens kunnen worden ingewisseld voor fraaie prijzen. Sil zijn specialiteit is het spel waarbij je met muntjes moet schuiven. De Gast is wel benieuwd wat zoiets kost en of de prijzen een beetje in verhouding staan. “Ik heb 3 euro uitgegeven en 500 punten gewonnen”, vertrouwt Sil de Gast toe. Weet hij al wat hij daarmee voor prijs kan ophalen? “Een sleutelhanger”, zegt Sil. Dat is een dure sleutelhanger, denkt de Gast bij zichzelf. Maar goed, zolang de jongens er lol in hebben is er natuurlijk niks mis mee. Je kan je geld aan ergere dingen uitgeven.
Er is vanzelfsprekend meer te doen op de kermis. Marten Wijngaarden runt een kraampje waar torens gedeukte blikken staan. Tegen een kleine vergoeding krijgt een speler de kans om ze om te gooien en ‘mooie’ prijzen te winnen. Tussen de klanten door heeft Wijngaarden wel even tijd voor De Gast. “Ik kom hier al 6 of 7 jaar, het is altijd hartstikke gezellig en er hangt een goede sfeer.” Uit zijn ooghoek ziet hij een paar potentiële klanten. De Gast weet wanneer hij ongewenst is en struint verder.
Hij komt uit bij de draaimolen. In het hokje naast de molen zit Tina Spelbrink, het kermisleven zit bij haar in het bloed. Haar overgrootvader is ooit met een draaimolen begonnen. “Hij was eigenlijk scharensliep, hij won een draaimolen met kaarten in de kroeg. Toen is hij dat maar gaan doen.” Sindsdien wordt het kermisbestaan in de familie doorgegeven. De broer van Spelbrink exploiteert de attractie naast de draaimolen, zijn zoons werken daar ook. Wat Tina en haar chihuahua Derk betreft is er geen mooier bestaan dan de kermissen van het land afreizen. “Het is heel afwisselend. Ik werk met de kleinste kinderen, dat is heel leuk.”
Na dit inkijkje in een nieuwe wereld besluit de Gast huiswaarts te keren. Nog even overweegt hij om een wijnbal op te halen. Maar als hij nu een rotte kies heeft moet hij dat zelf betalen, dan toch maar de appel opeten die nog in zijn tas zit. Volwassen worden heeft zo zijn keerzijden.






