Aldert Dekker

“Ik ben sinds 1 januari 2024 voorzitter. Ik meldde me in eerste instantie aan als vrijwillig chauffeur, maar ging naar de Verenigde Staten voordat ik zou beginnen. Eenmaal terug was er geen extra chauffeur meer nodig, dus ging ik als vrijwilliger in de winkel aan de slag. Daar leerde ik de vorige voorzitter kennen, Augustinus de Jonge. Hij wilde wel een stap terugdoen en vroeg of ik niet voorzitter wilde worden. In mijn werkend leven heb ik veel bestuurswerk gedaan, het paste dus goed. In de winkel werken zeven mensen, die hebben allemaal een afstand tot de arbeidsmarkt. We zijn een bakkerswinkel, daarnaast verkopen we dagverse zuivel, kruidenierswaren en lokale honing. Het is een hele mooie en gezellige winkel, met een mooi terras. Wat mij betreft, voegt het echt iets toe aan het dorp. Er werken ook nog zo’n vijftien vrijwilligers, we kunnen altijd wel nieuwe vrijwilligers gebruiken. Nieuwe mensen hebben vaak wel een verkeerd beeld van hier werken. Ze hebben eerst het idee dat ze zelf echt lekker in de winkel gaan staan, maar daar draait het juist niet om. Het gaat erom dat je de werknemers ondersteunt met in de winkel werken en klanten helpen. Verder bemoedig je de medewerkers als ze het even moeilijk hebben. Uiteraard spring je als vrijwilliger bij wanneer het echt druk wordt, maar dat is niet de eerste insteek. Voor alle medewerkers en vrijwilligers organiseren we twee keer per jaar een gezellige bijeenkomst. Dan gaan we bijvoorbeeld met z’n allen wat lekkers eten, zodat mensen elkaar kunnen leren kennen. Ook mensen uit het dorp kunnen aansluiten. De volgende organiseren we vlak voor de zomervakantie. Met de stichting hebben we net twee grote projecten achter de rug. De eerste is een verbouwing van de winkel, die is vorig jaar helemaal opnieuw ingericht. Het is nu een hele prettige en gezellige plek om te zijn. Verder is eindelijk de Dorpsstraat weer open, die is opengebroken geweest sinds september in verband met werkzaamheden. Ik ben er supertrots op dat alle medewerkers en vrijwilligers die hele periode zonder mopperen hun werk zijn blijven doen. Ze moeste zware karren vol brood door de modder slepen, daar deed niemand moeilijk over. Doordat we veel minder goed bereikbaar waren zagen we de opbrengst stevig teruglopen, het overtollige brood doneren we aan het Leger des Heils in Assen. Er gaat dus gelukkig niks verloren.”



