De Ongenode Gast wordt overweldigd door kledingbeurs

EELDE - Wanneer de Ongenode Gast de Mevrouw Bähler Boermalaan indraait, moet hij even twee keer met de ogen knipperen. Alle parkeerplekken bij het dorpshuis zijn bezet. Er staan ook al tientallen fietsen. De Gast realiseert zich dat hij de omvang van de kinderkledingbeurs, georganiseerd door Neie Naober, wellicht onderschat heeft.
Bij binnenkomst van de zaal van het dorpshuis blijkt dat vermoeden te kloppen. Rekken vol met kleding strekken zich uit, tientallen mensen lopen door elkaar heen. Gefocuste ogen speuren naar dat ene kledingstuk dat ze zoeken. Het publiek bestaat voor het overgrote deel uit vrouwen, vaak met kinderen op sleeptouw.
Tine en Dore staan te kletsen. De Gast schiet ze aan, hij herkent zichzelf in Tine haar blik. “Ik ben hier voor het eerst,” vertelt ze. Ze lijkt verrast door de grote opkomst. Een toevallige voorbijganger heet haar welkom en vertrouwt haar toe: “Dan moet je over drie weken komen, dan is de beurs voor vrouwenkleding. Dat is pas gekte.” Dore is een doorgewinterde veteraan van de kledingbeurzen. “De eerste keer is het inderdaad een beetje overweldigend,” stelt ze Tine en de Gast gerust. Zij heeft een skibroek over de arm geslagen. “Ik ben al klaar.” Tine heeft nog wel iets op haar lijstje, namelijk een goede winterjas. Dore wijst haar naar de juiste sectie, Tine verdwijnt in de mensenmassa.
De Gast wil weten hoe deze vreemde wereld in elkaar steekt. Gelukkig treft hij Fenny Eckhardt, coördinator van het evenement. Hij vindt haar achter het barretje van het dorpshuis. Ze komt net binnen lopen met boodschappentassen vol eten en drinken voor de vrijwilligers. Samen met 25 andere vrijwilligers runt ze de beurzen, onder de overkoepelende paraplu van Neie Naober. “De eerste kinderkledingbeurs werd 45 jaar geleden al georganiseerd, toen nog door de kerk,” vertelt ze. “Het is ontstaan uit een sociaal oogpunt, om goede tweedehands kleren beschikbaar te maken. Inmiddels is het een sport geworden voor mensen om hier leuke dingen te vinden. Vroeger voelde men wel schaamte dat ze tweedehands kleding kochten, dat is inmiddels verdwenen.” Twee andere vrouwen die aan de bar zitten knikken instemmend.
Samen leggen ze de Gast uit dat in het voorjaar en het najaar beurzen worden georganiseerd. De ideale timing om voor de wisselende jaargetijden nieuwe outfits in te slaan. Bij de organisatie kunnen zich voor elke beurs een beperkt aantal mensen aanmelden die kleding mogen inbrengen. Vanzelfsprekend moet de kleding van uitstekende kwaliteit zijn. Tijdens de beurs wordt de kleding verkocht door de vrijwilligers. Tachtig procent van de opbrengst gaat naar de voormalige eigenaar. De overige twintig procent is voor de organisatie om de onkosten te dekken.
Het concept is een doorslaand succes, op vier oktober staat de beurs voor dameskleding op de planning. “Daar zou je eigenlijk bij moeten zijn, daar is de opkomst van vandaag niks bij,” zegt een van de vrijwilligers. De halve uitnodiging wordt wel gelijk weer voor de Gast zijn neus weggegrist, bij die beurs geldt een strikt ‘alleen vrouwen welkom’ beleid. “Dan staan hier tientallen vrouwen in hun ondergoed kleren te passen, die zitten niet op mannen te wachten,” legt Fenny Eckhardt uit.
Bij een van de tafels vol kleren staat Raimond met Nouk. Nouk heeft haar handen al vol. De Gast vraagt wat ze heeft gescoord. Verlegen vertelt ze met een zachte stem: “Waterschoenen, om mee te zwemmen tijdens zwemles.” Raimond is kind aan huis bij de beurs. “Ik kom elk jaar, het is een heel goed initiatief.” Wat staat er nog op hun lijstje? Nouk verstopt zich achter de benen van Raimond. Lachend vertelt hij: “We zoeken nog regenlaarzen, dan zijn we klaar.”
De Gast is een kwartiertje binnen, toch begint er al een rij voor de kassa te vormen. Met de valse bescheidenheid van een persmuskiet wurmt hij zich langs de wachtende vrouwen. Voor de ingang staan twee lange tafels, waar de kleding wordt afgerekend. Hilde is een van de caissières, ondanks de drukte heeft ze een grote lach op haar gezicht. “Het is wel even aanpoten, maar het is ontzettend leuk. Iedereen is heel enthousiast. Dit is het twaalfde of dertiende jaar dat ik meehelp, ik blijf terugkomen en doe het met veel plezier.”
De Gast besluit de hardwerkende dames niet langer lastig te vallen en stapt naar buiten. Hij moet een minuut of twee lopen om weer bij de auto te komen, dat was zo dichtbij als hij kon parkeren door de drukte.







