Anne Doedens: een leven vol muziek en techniek

Afbeelding
Foto: Jos Smit

EELDE-PATERSWOLDE - Anne Doedens leeft voor de muziek. Het muzikale cv van de 77-jarige muzikant is te lang om op te noemen. In de jaren zestig begon hij als bassist, tegenwoordig speelt hij lap steelguitar in twee country bands. Het opmerkelijke instrument, typisch voor het ouderwetse countrygeluid, ligt horizontaal op de schoot van de muzikant. Met pedalen worden de snaren gemanipuleerd, terwijl er met een stukje staal over de snaren wordt gestreken.

De overstap was volgens de goedlachse Doedens onvermijdelijk. “Als oude man moet je geen bas meer spelen, dat ziet er niet uit. Met een pedal steelguitar moet je wel zitten. Het is bovendien een heel complex instrument, alle goede spelers zijn oude mensen.” Het instrument is een zeldzaam gezicht in Nederland. “Toen ik ermee begon was ik gelijk de beste in Eelde, want niemand anders deed het”, lacht Doedens.

De eerste band waarin Doedens speelde, The Headhunters, begonnen in 1965. Ze maakten popmuziek, in de stijl van de Rolling Stones. “De Beatles waren wat te moeilijk voor ons”, herinnert de muzikant zich. Hij moet denken aan een mooi verhaal uit die beginperiode. “Mijn vader was boer. Toen hij ons hoorde oefenen zei hij: ik vind jullie muziek verschrikkelijk.” Hij voegde wel toe: “Als je slecht materiaal hebt dan wordt het nooit wat.” Dus kocht vader Doedens een versterker van het merk Fender voor zijn zoon, met een prijskaartje van 1.500 gulden. “Daar stopte het niet. Hij wilde niet dat ik de enige in de band was met zo’n goede versterker. Dus kocht hij ook een voor de twee andere gitaristen. Die betaalde hem uiteindelijk terug, maar toch.”

De middelbare school was een opgave voor Doedens, hij vermoed dat hij zowel dyslectisch is als een aandachtsstoornis heeft. Met de hakken over de sloot maakte hij zijn middelbare school toch af, vervolgens volgde hij een technische opleiding. Hij bleek uitstekend uit de voeten te kunnen met elektronica en ging aan de slag als tv-reparateur. Daarnaast bouwde hij zelf bas- en gitaarversterkers. Televisies repareren ging hem uiteindelijk tegenstaan, dus maakte hij van zijn hobby zijn vak. Nog altijd repareert en bouwt hij versterkers. In zijn werkplaats staan opgelapte exemplaren te wachten tot hun eigenaren ze komen ophalen. Op de werkbank ligt een lopend project, de glimmende buizen netjes naast elkaar. Werken aan de apparaten geeft hem rust. “Als ik overlijd zou het mooiste zijn dat ze me hier met de soldeerbout in de handen vinden”, zegt hij stellig.

Vanuit de werkplaats leidt een deur naar Doedens zijn opnameruimte, nog zo’n hobby van hem. Hier staat ook zijn pedal steelguitar, hij is niet te min om even zijn schoenen uit te schoppen en een demonstratie te geven. “Dat moet op sokken, anders kan je de pedalen niet vinden”, legt hij uit. Met voeten, knieën en vingers bespeelt hij het instrument. Even later spring hij op en loopt door naar de naast gelegen ruimte. Daar staat een groot mengpaneel, langs de muren hangen talloze cd’s die in de studio zijn opgenomen. 

“Alle muziek wordt live opgenomen en ik bewerk niks”, zegt hij stellig. Pure muziek, zonder toeters en bellen. Daar gaat het hem om. In principe moet het in één keer goed, eventuele foutjes geven karakter aan de opname. Soms strijkt hij wel over zijn hart, zoals bij de band die onlangs bij hem hun album opnamen. “De gitarist zat er die avond niet lekker in, ik weet dat hij beter kan. Hij is later nog eens langsgekomen om zijn stuk opnieuw in te spelen.” Hij roept de opnames op uit het geheugen van de computer, het enige echt moderne gereedschap dat hij tolereert.

UIT DE KRANT