Het Nijsinghhuis geeft zijn geheimen prijs

EELDE-PATERSWOLDE - Van buiten bekeken is het Nijsinghhuis, gelegen naast museum De Buitenplaats, een statige woning uit de 17e eeuw. Achter de voordeur staat de bezoekers een verrassing te wachten. De muren van de kamers zijn stuk voor stuk beschilderd, onder andere door Matthijs Röling en Wout Muller. Voor de toevallige bezoeker is er van alles te ontdekken, nog interessanter is het om te worden rondgeleid door een ervaren gids. Liesbeth is zo’n vrijwillige gids, ze begint de rondleiding door verontschuldigend te zeggen dat ze “waarschijnlijk te veel gaat vertellen.”
De rondleiding begint buiten, waar de gids het niet kan laten om eerst even de tuin onder de aandacht te brengen. Ze legt uit dat de natuur het uitgangspunt was voor het ontwerp en dat er allerlei trucjes zijn uitgehaald om het bescheiden oppervlak van de tuin groter te laten lijken. Lange zichtlijnen en verrassende hoekjes zorgen ervoor dat een wandelaar het idee krijgt uren te kunnen dwalen door de tuin. Dan volgt in vogelvlucht de geschiedenis van het Nijsinghhuis, de tuin en De Buitenplaats. Het oorspronkelijke huis is gebouwd in de 17e eeuw en bood onderdak aan de schultenfamilie Alting. Door de eeuwen kwam het huis in handen van verschillende families, van 1670 tot 1769 is het in handen van leden van de familie Nijsingh. Er worden verbouwingen doorgevoerd, een fraaie tuin wordt aangelegd en er komt een appelhof. Na de familie Nijsingh komt het pand en de grond in handen van verschillende eigenaren, in de 20e eeuw verloederd het. In 1971 wordt het gekocht door Jos en Janneke van Groeningen voor het symbolische bedrag van één gulden, op de voorwaarde dat ze het huis restaureren. Het echtpaar ontwikkelt daarbij het plan om een museum op te richten en de tuin goed onder handen te nemen. Het museum De Buitenplaats opent de deuren in 1996, de tuin gaat in 2000 open voor publiek.
Wanneer het huis in ere is hersteld, vraagt het stel kunstenaar Matthijs Röling om een portret van hen te schilderen. Dat doet de schilder, waarna het idee ontstaat om de imposante voorkamer helemaal te beschilderen. De kamer staat nu bekend als ‘de blauwe kamer’, op de muren zijn mensen en dieren afgebeeld. Het overheersende kleurenthema is blauw. “Aquamarijn om precies te zijn”, vertelt gids Liesbeth. “Voor een wandschildering wilde men niet te veel kleuren.” Röling schilderde graag dieren, maar ook mensen uit van verschillende inheemse stammen zijn afgebeeld. In de jaren 1983 en 1984 werkte de kunstenaar, elke zondag, aan het gigantische project. Hij kreeg bijna volledige carte blanche om de kamer te beschilderen zoals hem goeddunkt. Liesbeth vraagt het clubje bezoekers hoeveel olifanten ze tellen. De eerste is makkelijk te spotten, maar iedereen mist de twee. Wie goed kijkt ziet inderdaad dat een serie bosjes de vorm heeft van een olifant. “Jos vond dat de twee olifanten, aan beide kanten van de deur, te veel leken op een stel boekensteunen. Daarom heeft Matthijs de tweede verstopt.”
De welkomsthal van het statige huis is ook volledig beschilderd. In geschilderde niches staan wereldberoemde wetenschappers, ze kijken allemaal aandachtig naar het plafond. Daar is de sterrenhemel afgebeeld, precies zoals die eruit zag op 1 juli 1990. Op één na zijn de niches gevuld met wetenschappers als Archimedes, de laatste niche is wel gevuld maar de wetenschapper draagt geen naam. “Matthijs wilde alleen sympathieke wetenschappers op de muur hebben, het was blijkbaar lastig om er genoeg te vinden.” Röling stierf in 2024, zonder de laatste wetenschapper ooit een naam te geven. Vanuit de hal is nog een tweede kamer te bereiken, de bibliotheek. Hierin wordt het klassieke thema van de welkomsthal voortgezet, met voorstellingen die zo uit een Romeinse villa lijken te stammen.




