Babbelend en wandelend krijgen vrouwen meer grip op Nederlands

EELDE-PATERSWOLDE - Een clubje dames heeft zich verzameld in de bibliotheek van Eelde. Ze staan op het punt om samen een wandeling te maken door het dorp en al wandelend hun grip op de Nederlandse taal te verbeteren. Tijdens de Week van het Lezen en Schrijven is de wandeling georganiseerd door Het Taalhuis, Suzan Docter is coördinator bij deze organisatie.
De deelnemers aan de wandeling hebben twee dingen gemeen: het zijn vrouwen en ze hebben een migratieachtergrond. Docter benadrukt dat dit toeval is, Het Taalhuis zet zich in voor iedereen wiens basisvaardigheden Nederlands wel een zetje kunnen gebruiken. Voor vertrek krijgen de deelnemers een fraaie waterfles cadeau, ook nemen ze een papier met de wandelroute mee. Op de achterkant staat een verrassing: een bingokaart. In plaats van getallen zijn de vierkantjes gevuld met termen die de deelnemers tijdens hun wandeling kunnen spotten. Zo gaan de wandelaars op zoek naar een kat, een driehoekig verkeersbord of iets met de eerste letter van hun achternaam.
Het belangrijkste doel is om samen Nederlands te praten en zo de taal te oefenen. “We moeten Nederlands praten, geen Arabisch”, drukt Fatima een medewandelaar op het hart. Terwijl de vrouwen giechelend verder lopen trekt een andere deelnemer Docter aan de mouw. Ze struikelt over een van de zoekopdrachten. “Wat is een duo wandelaars”, vraagt ze. Docter gaat arm in arm met haar staan. “Nu zijn wij een duo, het betekent twee.” Samen met de coördinator lopen er nog twee vrijwilligers van Het Taalhuis mee, de hele groep keuvelt over van alles en nog wat terwijl ze door het dorp struinen.
Docter legt uit dat dit precies de bedoeling is. “Veel onderzoek heeft aangetoond dat je een nieuwe taal beter op slaat wanneer je er actief mee bezig bent. Ander onderzoek heeft aangetoond dat we bijna allemaal te weinig bewegen, op deze manier kan je beide zaken aanpakken”, vertelt ze lachend. De bingokaart dient om het gesprek op gang te brengen. “Je merkt dat je makkelijker praat wanneer je wandelt. Als het gesprek wat stilvalt dan heb je nog de opdracht om het over te hebben.” De wandeling dient nog een tweede doel, het geeft de deelnemers de gelegenheid om nieuwe mensen te ontmoeten en vriendschappen te sluiten.
De groep is tijdens het wandelen ijverig met de opdracht bezig. Het woord ‘schop’ moet even worden uitgelegd, vervolgens wordt elke tuin afgespeurd. Tussen het zoeken door vertelt Fatima enthousiast over haar vrijwilligerswerk en haar vier kinderen. Ze deelt dat haar oudste zoon momenteel nog thuis woont, maar op zoek is naar een eigen plek. “Maar niet te ver weg, hij wil bij ons in de buurt blijven.”
Maya is een van de vrijwilligers van Het Taalhuis die meeloopt. Haar voornaamste taak bij de organisatie is het begeleiden van mensen die het Nederlands nog niet machtig zijn. “Mensen krijgen soms wel les, maar het is dan ook belangrijk dat ze daadwerkelijk met iemand de taal kunnen spreken. Ik spreek geen Arabisch, dus met mij moeten ze ook wel echt Nederlands spreken”, legt ze uit. Dat ze lol heeft in het werk is gelijk duidelijk. “Het is hartstikke leuk, elke keer komen er weer andere dingen aan de orde.”
Ondertussen betrekt de lucht, er wordt een stevige regenbui voorspeld. De rode deur van de bibliotheek is gelukkig alweer in zicht. De wandeling wordt afgesloten met een warm drankje.



