Jur Eckhardt blikt terug op een leven vol muziek, reizen en geschiedenis

Jur Eckhardt - Jurrien Hessel Johannes Eckhardt 2024
Jur Eckhardt - Jurrien Hessel Johannes Eckhardt 2024 Foto: Jos

EELDE - Jur Eckhardt zit op een bureaustoel in de voormalige opnamestudio. Buiten is het warm, een zachte bries stroomt door het open raam. Zijn leven draaide om muziek, maar dat hoofdstuk heeft hij inmiddels afgesloten. Tegenwoordig houdt hij zich vooral bezig met de historische vereniging Ol Eel. Eckhardt blikt terug op zijn loopbaan, vertelt over zijn werk bij Ol Eel en kijkt vooruit naar de toekomst.

“Ik was 6 toen ik begon met pianospelen. Volgens mijn ouders hoorde dat erbij. Op mijn 18e zei mijn pianoleraar dat hij me niks meer kon leren. Ik wist dat ik door wilde gaan in de muziek, maar ik had weinig interesse in klassieke muziek. Er zat dus niks anders op dan bij bandjes gaan en mezelf lichte muziek, zoals blues, leren spelen.” En zo geschiedde. De jonge muzikant rolde van de ene in de andere band. Onderwijl leerde hij zelf componeren en produceren.

“Ik ben van alle markten thuis. Ik kon veel instrumenten voor een plaat zelf inspelen, de zanger hoefde alleen nog maar in te zingen.” Het zat Eckhardt alleen niet lekker dat hij andere studio’s door de neus moest betalen voor het opnemen van zijn muziek. “Ik dacht: dat ga ik anders regelen. Toen heb ik deze studio laten bouwen. Sindsdien nam ik alle muziek hier zelf op.” Door de jaren heen heeft hij met veel grote namen samengewerkt, zoals Koos Alberts en Dennie Christian. Eckhardt weet zelf niet meer hoeveel nummers hij heeft geschreven, gespeeld of geproduceerd. Wel is 1 ding zeker: het zijn er een boel. 

In alle muziekgenres nam hij muziek op, zo ook in de streektaal, waarvoor hij in 2012 een ‘Grunny’ ontving, de Groningse Grammy equivalent. Bij het grote publiek zijn vooral carnavalsnummers die hij schreef bekend geworden, ondanks dat hij zelf meer van country muziek houdt. Eckhardt schreef bijvoorbeeld ‘Polonaise Hollandaise’ van Arie Ribbens. “De tekst van zulke carnavalshitjes kan ik in een halfuur schrijven, maar het is wel heel mooi om te zien wat muziek met mensen doet. Als vervolg op Polonaise Hollandaise schreef ik ‘Polonaise achteruit’. Ik herinner me nog goed dat het werd uitgevoerd, 2000 mensen in een tent die achteruit de polonaise achteruit deden. Je snapt wel, alles in die tent ging tegen de grond.” Eckhardt schatert van het lachen wanneer hij eraan terugdenkt.

Naarmate de jaren vorderden werd Eckhardt gedwongen om kritisch naar zichzelf te kijken. “Jarenlang zat ik overdag in de studio om muziek te produceren, ‘s avonds trad ik op. Op een gegeven moment had ik 200 optredens per jaar. Ik kwam laat in de nacht thuis, maar om 10 uur zat ik weer in de studio. In feite pleegde ik roofbouw op mijn eigen lichaam.” Hij besefte dat het tempo niet houdbaar was. “Ik heb eerst het optreden afgebouwd en de focus op het produceren gelegd. Een paar jaar geleden heb ik daar ook een streep onder gezet.” Daarmee kwam een belangrijk hoofdstuk van zijn leven tot een einde, maar Eckhardt zegt er geen spijt van te hebben. “Ik wilde nog zoveel andere dingen, het was goed zo.”

Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon, Eckhardt werd gevraagd om leiding te geven aan het shantykoor van Eelde. “Ik zei dat ik het wel wilde doen, maar dan gingen we het wel goed aanpakken. Dat is gelukt, het werd een professioneel koor, we hebben 7 of 8 cd’s uitgebracht. Het was fijn dat ik daar toch mijn muzikale ei kwijt kon. Op een gegeven moment werden de leden wel steeds ouder, in 2008 besloten we ermee op te houden. We hebben het afgesloten met 2 uitverkochte concerten. Het was een mooie periode, waar nu in Eelde nog steeds over wordt gesproken.”

In de studio herinnert alles aan een lange carrière in de muziek. Gouden platen hangen aan de muur, er staan kasten vol cd’s en lp’s. Eckhardt wijst naar een basgitaar die achteloos in een hoek staat. “Dat is de basgitaar waarop Elvis Presley is begeleid.” In de ruimte waar de artiesten vroeger stonden, liggen tientallen gitaren en andere paraphernalia van een leven vol muziek. “Ik zou het eigenlijk eens moeten opruimen, maar ik kom er niet aan toe,” zegt Eckhardt schouderophalend. Dat gebrek aan tijd komt grotendeels door zijn werk voor de historische vereniging van Eelde, Ol Eel. “Daar ben ik zo’n 40 uur per week aan kwijt, voornamelijk aan schrijven en onderzoek doen.”

Bij Ol Eel, waar Eckhardt inmiddels ook voorzitter van is, kan hij 2 andere passies botvieren: schrijven en geschiedenis. “Schrijven heeft er bij mij altijd ingezeten. Ik was al eindredacteur van de schoolkrant op de middelbare school. Ik reis veel, dan schrijf ik altijd verslagen. Het is prachtig om die later weer terug te lezen. Ik heb ook altijd een fascinatie gehad voor geschiedenis, dan vooral persoonlijke verhalen en genealogie.” Een recent huzarenstuk van Eckhardt en andere leden van Ol Eel was het uitpluizen van de ‘vergeten’ burgemeester van Eelde.

Dit betreft Albertus Rudolf Dijkstra, die in 1943 door de Duitsers werd geïnstalleerd als burgemeester. Opvallend was dat er niks over hem bekend was, reden voor de Ol Eel-leden om de archieven in te duiken. Zo bleek dat hij als vrijwilliger heeft gevochten in Rusland, maar nooit lid werd van de NSB. Het volledige verhaal is gepubliceerd in het tijdschrift Kontakt, dat wordt uitgegeven door de historische vereniging. Eckhardt is er nog niet in geslaagd om in contact te komen met de nazaten van Dijkstra, iets dat hij nog wel graag wil.

Of het nou om muziek ging of een stuk tekst, Eckhardt heeft altijd moeite gehad om dingen los te laten. Er was altijd nog wel iets dat anders of beter kon. “Dat heeft me achtervolgd, wie zegt me dat het goed is? Op een reis in de Verenigde Staten heb ik daar een belangrijke les over geleerd. Ik kwam een man tegen die prachtige objecten van hout maakte. Ik vroeg: When do you know it’s good enough? Hij zei: When someone comes to take it away. Die les heb ik altijd meegedragen.” Toch kan hij bepaalde dingen nog steeds niet helemaal loslaten. “Ik ben eens genomineerd voor een Edison. Op een van de nummers op die betreffende cd zit een klein oneffenheidje in de zang, waar ik mij als perfectionist toch wel een beetje aan stoorde, maar ik heb het laten staan, want had ik het opnieuw opgenomen, dan was alle emotie uit het nummer gehaald”. 

Op muzikaal gebied heeft Eckhardt bereikt wat hij wil, er zijn nog wel andere dingen die hij graag wil doen. Zo werkt hij aan een boek over een belangrijk historisch figuur. Over de inhoud wil hij nog niet te veel delen. Daarnaast wil hij graag nog meer reizen maken. “Ik hoop dat ik dat nog veel mag doen. Ik ben inmiddels ouder dan mijn ouders zijn geworden. Dat is wel confronterend. Ik probeer nu van elke dag te genieten en meepakken wat ik kan. Ik wil niet later terugkijken naar iets dat ik heb laten liggen.”

UIT DE KRANT