Koeien van Jan Arends leven op natuurlijke wijze

Afbeelding
Foto:

Vlinders en vogels vliegen op uit de berm wanneer Jan Arends over de dijk rijdt. Aan weerszijden strekken de velden van het Zuidlaardermeergebied zich uit. Verdeeld over het weidse landschap grazen koeien van Arends. Hij pacht het land van stichting Het Groninger Landschap. Zijn koeien grazen er van mei tot november, zo blijft het landschap open en is daarmee geschikt voor weidevogels zoals de kievit en grutto.

Arends begon in 1994 met zijn boerenbedrijf. “Ik ben er langzaam ingegroeid. Ik begon met twee koeien op vijf hectare. Inmiddels heb ik ongeveer vierhonderd beesten, die lopen op 450 hectare.” Het avontuur begon toen de provincie begon met grond aankopen, met als doel om er een natuurgebied van te maken. “Ik werkte bij de gemeente, ik had bij een andere boer gekeken die op een soortgelijke manier werkte. Ik heb bij hem rondgekeken, toen was ik op slag verliefd. Daarna heb ik bij de provincie aangeklopt, zo is het begonnen. In eerste instantie was ik in loondienst, het boeren deed ik ernaast. Dat waren wel zware jaren.”

De boer ziet zich niet alleen als agrariër, hij is evengoed natuurbeheerder. “De koeien zorgen ervoor dat het terrein niet overwoekert en het een bos wordt. Ze zorgen ook voor bemesting van de grond. Ze vormen zo een hele belangrijke schakel in de natuurlijke keten.” De koeien van Arends zijn van het ras Limousin, uit Frankrijk. Het zijn koeien die goed gedijen op schrale grond, ideaal voor het landschap rondom het Zuidlaardermeer.

In Nederland zijn er een handjevol boeren die, net als Arends, werken in natuurgebieden. De boer uit Noordlaren moest wel in grote mate het wiel zelf uitvinden. Hij legt uit: “Er is geen standaardformule voor. Je moet je aanpassen aan het soort grond dat je hebt.” Het vereist daarom een grote toewijding. “Als je dit wil doen, dan moet je het echt willen. Ik ben er zeven dagen per week mee bezig. Het laat je nooit los. Je moet er lol in hebben, anders lukt het niet.” Voor Arends geldt dat gelukkig zeker. “Als ik ‘s ochtends over het land rijd om de beesten te tellen dan zie ik in de verte mensen in de file staan. Dan denk ik: blij dat ik iets anders doe.”

De koeien lopen vrij rond in het natuurgebied, verdeeld over een aantal kuddes. Elke kudde bestaat uit zestig tot zeventig dieren, bij elke groep zit één stier. Kalfjes blijven bij hun moeder. Ze houden ook hun hoorns, bij koeien die veel op stal staan worden deze vaak verwijderd om te voorkomen dat dieren elkaar verwonden. “Ze leven hier zoals ze dat in de natuur zouden doen. Gelukkiger dan dit worden koeien niet”, zegt Arends trots. De mate waarin de koeien hun eigen gang gaan wordt duidelijk bij een ritje door het land. Bij het dijkje dat het gebied doorkruist ligt een koe in de berm, naast haar ligt een kalfje. Terwijl zachte ogen de auto volgen vertelt Arends: “Die is onlangs geboren, die heb ik nog niet eerder gezien. De moeder verstopt zich wanneer ze gaat baren, pas een paar dagen later komen ze weer tevoorschijn.”

De koeien blijven ongeveer zes jaar bij de kudde, daarna gaan ze naar de slacht. Althans, dat geldt voor de meeste. Arends heeft een nauwe band met sommige, hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om ze weg te brengen. Die sterven dan een natuurlijke dood. De rest hoeft niet ver te reizen naar de slager. In 2010 heeft Arends een eigen slagerij geopend in Haren, deze wordt gerund door Henk Arends. De directe motivatie van Arends was pragmatisch: hij wilde niet langer afhankelijk zijn van supermarkten die de prijs van zijn vlees bepaalden. “De prijzen van vlees fluctueren soms heel hard, als boer ben je daar dan van afhankelijk. Ik wilde me aan dat systeem onttrekken, er zit nu niemand meer tussen. Ik baalde van de marge die de supermarkten en tussenhandelaren opstreken. Dat betekent dan dat je het zelf op de markt moet brengen.”

Het vlees vindt gretig aftrek in Haren en omgeving, sinds de opening is de slagerij al een succes. Arends legt uit wat het vlees bijzonder maakt. “Omdat mijn grond me niet veel kost, kan ik de tijd nemen om de koeien natuurlijk te laten groeien. Dat komt de kwaliteit ten goede. Bij de slagerij wordt het vlees niet ingevroren, er wordt ook niks aan toegevoegd.” Het welzijn van zijn dieren staat voor de boer uit Noordlaren voorop. “Ik vind dat een koe een dierwaardig bestaan moet hebben.”

In 2016 heeft Arends met vijf andere lokale boeren een stuk natuurgebied gekocht. Deze club, de Groene Ondernemers, combineert natuurbeheer en hun boerenbedrijf. “Ik denk dat dit de toekomst is”, legt Arends uit. “Je combineert een stukje landbouw met natuurbeheer.” Hij heeft een duidelijke visie voor de toekomst van boeren in Nederland. “Ik voorzie dat het allemaal minder intensief wordt. Op het moment is het zo dat je als boer telkens meer moet produceren om te overleven. Dat is niet houdbaar. Het zou logisch zijn als boeren een rol gaan vervullen in natuurbeheer, het is alleen nog niet zo geregeld dat we daar ook voor betaald krijgen. Ik geloof wel dat zo’n systeem de toekomst is.”

UIT DE KRANT