‘We hadden geen benul wat ons te wachten stond’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
weekendverhaal

MARUM - In Canada, Amerika en Finland scheurde Lubbert van der Molen over het ijs als marathonschaatser. In Nederland schaatste hij ook wedstrijden, waaronder de Elfstedentocht. De laatste drie edities reed hij mee. ‘De dag erna moest ik gewoon weer werken. Je kreeg toen echt speciaal verlof voor zoiets. We waren geen professionals die meededen, we waren amateurs.’ 

 ’Van jongs af aan stond ik al op het ijs. Begin jaren vijftig toen ik een jaar of zes was, werden we op houtjes op het ijs gezet’, begint Van der Molen. ‘Toen ik in de jaren zeventig bij een ijsclub ging, begon ik ook met wedstrijden mee te doen. Bijna iedere zaterdag hadden we dan een wedstrijd. Het seizoen begon in november en duurde tot eind februari. Dan gingen de schaatsen weer in het vet.’

De wedstrijden beginnen op regionaal niveau, maar worden al snel landelijk. Van der Molen is zelfs een aantal keer in het buitenland geweest. Toch bleef het enkel een hobby voor de marathonschaatser, want geld verdiende hij er niet echt mee. ‘Er was wel wat onkosten vergoeding en de reisjes werden voor ons betaald, maar het was anders dan vandaag de dag.’ 

Het schaatsen is daarom een hobby naast zijn fulltime baan als chauffeur bij de Rijdende Melkontvangst. ‘Elke avond trainde ik door bijvoorbeeld te fietsen, maar het was lastig want ik had ook nachtdiensten. Het was passen en meten en een beetje vrije dagen opnemen in de winter. De arbeid-rustverhouding was niet altijd goed’, vertelt Van der Molen lachend. 

Ondanks de drukke dagen, presteert hij goed. ‘Ik schaatste meestal in de top tien’, vertelt de marathonschaatser. Als ik dan wedstrijden van tweehonderd kilometer schaatste werd ik zesde, vijfde en een keer tweede. Ik heb ook een keer een wedstrijd gewonnen in Canada. Maar mijn mooiste wedstrijd blijft de Elfstedentocht. Dat is zo’n beleving met al die mensen.’

In totaal rijdt Van der Molen de Elfstedentocht drie keer. Op zijn vijfendertigste doet hij voor de eerste keer mee in 1985. ‘We hadden geen benul wat ons te wachten zou staan’, begint hij. ‘Op zaterdag zeiden ze eerst dat het niet door zou gaan, omdat er al dooi was. Toen hoorden we zondagavond op de radio dat het op donderdag zou gaan gebeuren. Dat was even schrikken.’

De dag voor de start reist de marathonschaatser naar Leeuwarden om zich in te schrijven samen met dezelfde jongens waarmee hij ook wedstrijden schaatste. De spanning zit er goed in. ‘Het was niet niks om mee te doen aan de Elfstedentocht. Je moet voorbereidingen doen, zoals een verzorgingspost uitzetten. Je moest flesjes drinken klaarmaken en wat te eten. Ik weet nog dat we al om vier uur ‘s morgens in de Frieslandhal stonden. Je staat dan met driehonderd man in zo’n apenkooi een beetje te koekeloeren. Iedereen had bleke gezichtjes van de spanning.’

Het doel was niet om te winnen, maar Van der Molen wilde wel graag voorin blijven rijden, vertelt hij. ‘Ik had als tip gekregen in het begin zo dicht mogelijk bij het ijs te zitten, omdat je anders die driehonderd man in je nek kreeg. Ik dacht nog: dat zal wel. Ik bind mijn schaatsen om en ik ben weg. Toen ik een week later de televisiebeelden terug zag was dat zo gek. Ik was al vijf minuten weg, maar er kwam nog een zooi mensen aansjouwen.’

De schaatstocht zelf beschrijft Van der Molen als ‘gewoon doorgaan’. ‘Zo koud was het niet, want het was dooi. Het ‘klunen’ was een beetje mijn valkuil. Als je dan het ijs af moet en het hele dorp door moet sjouwen op je schaatsen. Dat heeft mij mijn plek in de kopgroep gekost.’ Uiteindelijk wordt hij zestiende. Het jaar daarop staat hij weer klaar in Leeuwarden. Zijn doel is hetzelfde: bij de kopgroep blijven rijden. Toch loopt het anders dan gehoopt. ‘Onderweg kreeg ik pech met mijn schaatsen en moest ik ze wisselen. Toevallig had iemand van de verzorging dezelfde maat als ik en konden we de schaatsen zo wisselen. Toch kost zoiets je al snel tien minuten en dat is jammer. Ik had het niet kunnen winnen hoor, maar een plek in de top tien had er zeker ingezeten.’

In 1997 doet hij voor de derde keer mee, op zijn vijftigste. Toch blijft die van ‘85 zijn favoriet. ‘Het resultaat was natuurlijk het beste, de zestiende plek, maar ook het gevoel. Je wist niet wat je te wachten stond. Dat wist het bestuur zelfs niet eens. Ik stond samen met de jongens waarmee ik al jaren in de kleedkamer zat in dezelfde kooi. Dat is echt mijn mooiste Elfstedentocht’, vertelt hij met een glimlach.

Inmiddels schaatst Van der Molen geen wedstrijden meer. Het is nu echt slechts een hobby geworden. ‘Ik zou het een mooie afsluiting vinden als ik mee kan doen aan de tourtocht. Oude bekenden tegenkomen en dan met z’n allen rijden. Dat lijkt me een hele belevenis.’ Tot dat moment houdt Van der Molen het bij schaatsen op natuurijs en op de baan in Kardinge in Groningen. Vanmiddag wordt het geen route door Canada, Amerika of Finland, maar gewoon op het Marumerlage. 

Afbeelding

UIT DE KRANT