Bijzondere natuur en veel historie in het Strubben-Kniphorstbosch

SCHIPBORG - Met een wijds gebaar wijst Lukas Hoven om zich heen. Zijn vinger staat even stil bij opvallend ronde heuvels die half verscholen in het bos liggen. “Dat zijn allemaal grafheuvels, in dit gebied liggen er 62,” vertelt hij. Hoven is gids in het archeologisch reservaat De Strubben-Kniphorstbosch, tussen Schipborg en Anloo. Het is een bijzonder gebied, dat barst van de bijzondere natuur en archeologische monumenten.
De grafheuvels waar Hoven naar wijst zijn duizenden jaren geleden gebouwd, door jagers en verzamelaars die in het gebied aanwezig waren. De gids is zelf een amateurarcheoloog, toch gaan zijn handen niet jeuken bij het zien van de heuvels. “We weten hoe oud ze zijn en in dit gebied zijn al veel archeologische vondsten gedaan. Je kan een heuvel niet bestuderen zonder hem kapot te maken, lekker laten liggen dus.”
Het scheelde niet veel of het natuurgebied was een militair oefenterrein geworden. Sterker nog, toen het leger nog een kazerne had in Zuidlaren werd het gebied gebruikt voor training. De oude schietbaan en een bunker waar de soldaten met handgranaten oefenden zijn nog altijd te zien in het landschap. Dankzij het unieke karakter van het gebied is het overgedragen aan Staatsbosbeheer. De bunker is nog steeds in gebruik, maar nu als overwinterplaats voor vleermuizen.
Terwijl hij over het zandpad loopt dat door de hei loopt legt Hoven zijn devies uit: “Hoe je kijkt, bepaalt wat je ziet. Er is in dit gebied van alles te zien, maar je moet wel weten waar je naar kijkt.” Een voorbeeld hiervan ligt gelijk naast het pad. Er lopen vele geulen door de hei. “Dit zijn oude karrensporen. Vroeger liep er een netwerk van paden van Groningen, over de Hondsrug naar Coevorden. De wielen van de karren maakten diepe sporen in de hei, die zijn nu nog steeds te zien.” De geulen zijn makkelijk te missen, zeker als je niet weet wat ze betekenen. Hetzelfde geldt voor de grafheuvels, wie niet van hun bestaan afweet ziet niets anders dan opvallend ronde heuvels.
Een aspect dat moeilijk te missen is in het natuurgebied zijn de ‘strubben’, waaraan het reservaat een deel van zijn naam ontleent. In het Drents betekent de term ‘kreupelhout’. Dit zijn eikenbomen, waarvan de grillige takken her en der uit de hei steken. Opvallend zijn ze, maar ook achter dit fenomeen gaat een verhaal schuil. Hoven licht het graag toe. “Vroeger liepen hier grote kuddes schapen rond. Die waren van groot belang voor de boeren. Vooral hun mest was belangrijk om de arme zandgrond vruchtbaar te maken. Deze schapen knabbelden niet alleen op gras, maar ook op jonge eikenbomen. Toen de schapen verdwenen van de hei konden de bomen in deze opmerkelijke vorm groot groeien. Wat lijkt op een bosje eiken bij elkaar is dus in feite dezelfde boom.” Wanneer een wandelaar eenmaal weet waar hij op moet letten, ziet hij overal de strubben staan. Eiken zijn alleen niet het eeuwige leven gegund. “Ze verdwijnen langzaam, wanneer zo’n eik doodgaat komt er geen nieuwe voor in de plaats.”
De invloed van de mens op het landschap is een terugkerend thema in het verhaal van Hoven. Hij legt uit dat er al duizenden jaren mensen in dit gebied leven. Nieuwe culturen laten hun eigen tekens achter. De oudste bewoners bouwden hunebedden en grafheuvels. Latere samenlevingen trokken met hun karren diepe sporen door de hei, hun schaapskuddes waren zo groot dan alleen de heideplant zich staande kon houden. Zo gauw de kuddes verdwenen kroop het bos terug en kregen de strubben hun grillige vormen.
Om de hei in stand te houden is opnieuw menselijk ingrijpen noodzakelijk. Grassen en jonge bomen proberen constant de heide over te nemen. De gids wijst naar een stuk dicht bos dat aan de hei grenst. “Als je niks doet, dan ziet het er over een paar jaar zo uit. Vandaar dat is besloten om kuddes schapen en koeien hier te laten grazen. Op die manier blijft een deel van het landschap bestaan zoals je het nu ziet.”
Ondanks zijn encyclopedische kennis van dit stukje natuur zijn er toch zaken die Hoven niet kan verklaren. Zo zijn er opvallend veel mierenhopen in het natuurgebied, veel meer dan je zou verwachten. “Ik heb gevraagd aan verschillende biologen hoe dat zit, maar niemand heeft een antwoord.” Een ander fenomeen waar hij geen verklaring voor heeft is een cirkel met een doorsnede van ongeveer dertig meter. “Hierin groeit alleen heide, geen gras of boom lijkt er wortel in te schieten. Ik heb geen idee waarom niet. Er zal iets in de bodem zitten waar alleen de hei mee uit de voeten kan, maar niemand weet wat het precies is.”
Aan het einde van de tocht wil Hoven stilstaan bij een voorbeeld dat goed illustreert hoe verschillende culturen op elkaars nalatenschap verder bouwen. Het gaat om een heuvel die de grimmige naam ‘Galgenberg’ draagt. “Die naam moet je letterlijk nemen,” vertelt de gids. “Dit is een oude grafheuvel. In de Middeleeuwen is er een galg opgebouwd, waar misdadigers terecht werden gesteld. Toentertijd liep hier een belangrijke weg. Door de lijken een tijd te laten hangen zagen reizigers dat er in dit gebied geen genade was voor boeven. Ze waren dus gewaarschuwd.”
