Jan Jansen

Afbeelding

Voorzitter molenmuseum De Wachter

“Ik ben nu een klein jaar voorzitter, ik heb daarvoor meegelopen met de vorige voorzitter. Ik ben al bijna vier jaar betrokken bij De Wachter, in eerste instantie omdat ze een schipper zochten voor het stoomschip De Jonge Wachter. Ik vind al dat stoomgebeuren heel interessant. Ik wilde bepaalde dingen zien gebeuren, dan moet je ook de kar trekken. Vandaar dat ik de voorzittershamer heb overgenomen. We zijn druk bezig met verschillende dingen. Zo gaan we in de molen, waar vroeger de timmerplaats zat, anders inrichten. Hier komt een plek waar jongeren zelf met stoommachines aan de slag kunnen. Ze kunnen ze zelf opstoken en laten draaien. Dat is leuk voor de jeugd. Die wil niet alleen naar dingen kijken, maar ook zelf dingen doen. Verder willen we de spoorbaan die nu op ons terrein ligt uitbreiden naar het Sprookjeshof in Zuidlaren. Daarvoor zijn we afhankelijk van de overheid, maar als die instemmen dan denken we het binnen twee jaar te kunnen realiseren. Verder is de bereikbaarheid van het museum lastig, we liggen achter een industrieterrein. We willen heel graag een brug over het Havenkanaal, waarover fietsers rechtstreeks naar het museum kunnen komen. Het onderhoud van de molen en alle machines is niet gering. We zijn dan ook altijd op zoek naar nieuwe vrijwilligers. We hebben momenteel ruim tweehonderd vrijwilligers, maar veel daarvan zijn boven de zeventig. We willen graag wat jongeren aantrekken om ons te helpen. Juist voor het techniekgedeelte dat onderdeel is van het museum. Om molenaar te worden is er een opleiding, maar technische vaardigheden die je nodig hebt voor de stoommachines kan je alleen opdoen door mee te lopen. Het is een heel leuke en gezellige club, waar iedereen welkom is. We vinden het allemaal belangrijk dat ons cultureel erfgoed bewaard blijft. Zo is onlangs de rietkap van de molen vervangen. Ook hebben we vorig jaar een helemaal nieuwe stoomketel gekregen. Dat soort ingrepen kosten enorme bedragen. Het is te doen dankzij subsidies, de vrijwilligers en bedrijven die ons daarmee helpen. Daar zijn we iedereen heel dankbaar voor.”

UIT DE KRANT