Kwartiermaker Pieter Jan Huysse zet zich in voor de cultuurhuizen

VRIES - Pieter Jan Huysse zijn muren zijn beplakt met talloze briefjes. Erop is de planning voor de culthuurhuizen uitgestippeld. Als kwartiermaker moet Huysse het monsterproject in goede banen leidden. Een onderneming van de lange adem, maar volgens hem zijn de plannen mooi op de rit.
In Vries, Zuidlaren en Eelde-Paterswolde komt zo’n cultuurhuis. Het worden plaatsen waar allerlei activiteiten samenkomen. Het moet de thuishaven zijn van de bibliotheek, een verzamelplaats voor clubs en verenigingen en de ‘woonkamer’ van de dorpen. Huysse merkt dat het animo groot is. “Het initiatief bestaat stamt al uit sinds 2017 en houdt sindsdien de gemoederen bezig. Je merkt in de werkgroepen die zijn opgezet dat er echt een drive is. Aan elke groep nemen twintig tot dertig mensen deel, dat zijn inwoners en vertegenwoordigers van instellingen en verenigingen.”
De input die de werkgroepen leveren wordt door de gemeente serieus opgepakt, stelt de kwartiermaker. “De cultuurhuizen zijn voor en door de inwoners. Als ze er eenmaal zijn zullen ze veel inzet van de mensen vragen om het levend en bruisend te houden.” Huysse twijfelt er niet aan dat er mensen zullen zijn die die inzet blijven leveren. “Daar ben ik niet per sé door verrast, maar het is heel knap dat die constante inzet nu al wordt volgehouden.”
Volgens de huidige planning worden de deuren van het eerste cultuurhuis in 2029 geopend. In welke plaats dat gaat gebeuren is nog de vraag, er zijn namelijk nog de nodige hordes te nemen. Eelde-Paterswolde of Zuidlaren maken de grootste kans om de primeur te hebben. De plannen maken daar deel uit van de centrumvisies die er al liggen voor beide dorpen. “In Vries is het nog zoeken. De voorkeur gaat uit naar de brink, maar er moet nog precies in kaart worden gebracht hoe het er uit komt te zien”, erkent Huysse.
De huidige voorzieningen in de dorpen, zoals dorpshuizen en MFA’s, voldoen niet altijd meer aan wettelijke eisen die door de overheid worden gesteld. Vanuit de gemeente wordt er wel gekeken of het renoveren van bestaande locaties een optie is. Nieuwbouw biedt diverse voordelen. “Renoveren is in verhouding duur en aan het einde van de rit heb je iets dat nog steeds niet precies is wat je wil”, legt Huysse uit. Dat wil niet zeggen dat alle bestaande gebouwen afgebroken worden. Sommige kunnen een nieuwe functie krijgen als dependance verder door het leven gaan. Daar kunnen bijvoorbeeld vergaderingen en repetities worden gehouden, terwijl het hoofdgebouw ruimte biedt voor zaken als uitvoeringen.
Dat de cultuurhuizen er komen staat lijkt voor de meeste partijen niet ter discussie te staan, toch is het een spannend jaar voor iedereen die zich inzet voor de realisatie van de plannen. Aan het einde van het jaar wordt een uitgebreid plan aan de gemeenteraad voorgelegd, inclusief de financiële onderbouwing. Wanneer die is aangenomen kunnen architecten aan het werk met ontwerpen en aannemers worden ingehuurd. “Momenteel is de formatie bezig, we zullen zien of uit het nieuwe college en de raad nog met aanvullende vragen en eisen komen”, zegt Huysse. Hij benadrukt dat ook wanneer de plannen zijn aangenomen de raad en het college regelmatig worden bijgepraat over de vorderingen van het megaproject.
Aan de kwartiermaker zijn enthousiasme zal het in elk geval niet liggen. “Het is een enorm leuk project aan te mogen werken, maar er is nog veel werk te verzetten. Als we het goed doen dan bieden de cultuurhuizen straks zo veel mogelijkheden voor alle inwoners, de verenigingen maar ook voor de gemeente Tynaarlo zelf. Het worden plekken waar mensen hun talenten kunnen ontdekken, zich kunnen verwonderen, informeren en worden uitgedaagd om mee te doen.” Volgens hem is Tynaarlo al een prachtige gemeente, waar mensen naar elkaar omkijken. De cultuurhuizen zijn een manier voor de gemeente om zich klaar te maken voor de toekomst. “Je kan er niet vanuit gaan dat het naoberschap uit zichzelf blijft bestaan, daar moet je in investeren.”