Arts Jan Geertzen ontvangt Koninklijke onderscheiding na pensioen

EELDE-PATERSWOLDE – Enigszins beduusd kijkt Jan Geertzen naar de enorme collectie flessen wijn, boeken en bloemen die staan uitgespreid op de vloer. Allemaal cadeaus die hij ontving nadat hij op 24 april afscheid nam van het UMCG, waar hij bijna veertig jaar werkte. Als klap op de vuurpijl ontving hij een koninklijke onderscheiding, de arts mag zich voortaan ‘Officier in de Orde van Oranje-Nassau’ noemen.
Geertzen zwaaide af als hoofd van de afdeling Revalidatiegeneeskunde en als voorzitter van het bestuur van het UMCG Centrum voor Revalidatie. Speciaal voor de gelegenheid was er een symposium georganiseerd, toepasselijk genaamd ‘De benen nemen’. Al vroeg in zijn carrière raakte hij geïnteresseerd in amputaties. “Ik was altijd al geïnteresseerd in armen en benen, dat komt deels van huis uit. Mijn vader was gymleraar, ik heb zelf altijd gehockeyd. Wellicht was ik daarom me er zeer bewust van dat als het wegvallen van een ledemaat grote gevolgen heeft”, verklaart hij zijn interesse.
Een rode draad door Geertzen zijn loopbaan was verbinding zoeken. Hij zorgde ervoor dat specialisten van verschillende disciplines samen leerden over amputaties. “Zo ontstonden vriendschappen en bouwden die artsen gelijk aan hun netwerk. Ze wisten elkaar ook later te vinden, dat leidt tot betere zorg. Daar gaat het uiteindelijk om, het draait om de patiënt”, zegt Geertzen stellig. Zijn drive om de allerbeste zorg voor de patiënt te regelen leidde aan het begin van zijn loopbaan wel eens tot wrevel bij oudere collega’s. “Ik was erop gebrand dat het goed ging. Ik belde een chirurg gewoon op als ik dacht dat er dingen beter konden. Dat was eigenlijk not done in die tijd”, herinnert hij zich lachend.
Ook buiten de behandelkamers was de dokter bezig met mensen bij elkaar brengen. Toen hij begon aan het schrijven van richtlijnen voor amputaties viel het hem op dat patiënten zelf niet konden of niet wilden meewerken daar zij in het land te verdeeld waren. Dat moest veranderen. Hij wist zes verschillende organisaties die de belangen van patiënten behartigen bij elkaar te brengen, eindresultaat was dat de verenigingen samen verder gingen als KorterMaarKrachtig. Geertzen: “Dat proces heeft drie jaar geduurd, maar bij de volgende richtlijn zaten ze aan tafel en hadden de patiënten ook een stem.” Vanuit dezelfde gedachte stond hij ook aan de wieg van de cliëntenraad van het UMCG. “Ik geloof echt in patiënten participatie”, stelt de arts.
Het werk van Geertzen beperkte zich niet tot de landsgrenzen. Via een congres kwam hij in aanraking met de International Society of Prothetics and Orthotics (ISPO). Hij werd eerst voorzitter van de Nederlandse tak, later werd hij vicepresident en zelfs president van de wereldwijde organisatie. De organisatie werkte samen met internationale hulpverleners om mensen die ledenmaten verloren waren te helpen. Zo kwam hij in post-oorlogsgebieden als Gaza, waar Geertzen de zorg coördineerde. Ook hielp hij met scholen opzetten, waar mensen met lokale materialen protheses en rolstoelen maakten. “Zo kwam ik op plekken als Vietnam en El Salvador, waar mensen midden in de jungle met bamboe protheses maakten.”
Tussen zijn werk als arts en de verschillende bestuurlijke functies vond Geertzen ook nog de tijd om bijdragen te leveren aan de wetenschap. Hij publiceerde meer dan 350 wetenschappelijke artikelen en leverde bijdragen aan 47 leerboeken. Terugblikkend is hij op dat laatste nog wel het meest trots. “Toen ik studeerde was er helemaal geen leerboek voor revalidatie. Daarom heb ik het, samen met collega’s, zelf maar geschreven. De eerste editie kwam in 2002 uit.” Het resultaat was een pil met meer dan 600 pagina’s. De schrijvers wilden een harde kaft en kleurenfoto’s, maar de uitgeverij zei dat het dan niet uit kon. De auteurs moesten dus met de pet rond om de financiering rond te krijgen.
Zelf hield hij er geen cent aan over, wat er overbleef van de opbrengst doneerde Geertzen aan het Liliane Fonds, een goed doel dat hem nauw aan het hart gaat. Het fonds zet zich in om kinderen uit de niet-geïndustrialiseerde wereld die gehandicapt zijn te helpen. Verwijzend naar de halve wijnwinkel die op de vloer staat uitgestald: “Voor mijn afscheid had ik gevraagd of mensen aan het fonds wilden doneren, in plaats van mij een cadeau te geven. Sommige konden dat toch niet laten.”
Na zijn pensioen is de dokter niet van plan om zich te gaan vervelen. Momenteel begeleidt hij nog twee promovendi in het ziekenhuis, door de jaren was hij betrokken bij 47 promotietrajecten. Ook helpt hij met het inwerken van zijn plaatsvervanger in het UMCG en staan er nog verschillende lezingen gepland.