Een kijkje achter de deuren van Vennebroek

PATERSWOLDE - Aan de noordzijde van Paterswolde, ingeklemd tussen het dorp en Groningen, ligt landgoed Vennebroek. Het is een oase van rust, die wordt doorkruist met leuke wandelpaden. Op het terrein staat een landhuis, dat in privébezit is. Wat voor mensen woont vandaag de dag nog in een kast van een huis, omgeven met een heuse slotgracht? De fantasie slaat al snel op hol, wellicht komen de bewoners uit een adellijke familie of hebben ze hun fortuin recenter verdiend. De realiteit blijkt wat anders te zijn.
“Hier wonen heel gewone mensen hoor”, vertelt Marinke Meurs-Steenhuis. Achter de imposante voordeur die zij net heeft geopend ligt een welkomsthal, die overgaat in een gang. Deze doorkruist de gehele lengte van het huis, er komen een aantal deuren op uit. De tweede deur aan rechts leidt naar de woonkamer. Daar zit Paul Meurs, echtgenoot en compagnon van Marinke. In de hoek van de kamer staat een fleurige kerstboom, onder het genot van een kopje koffie vertelt het stel hoe ze in Paterswolde terecht zijn gekomen.
“We zijn hier ongeveer tien jaar geleden komen wonen”, vertelt Marinke. “We kwamen uit Schiedam, ik ben zelf wel in het Noorden geboren. In Midlaren om precies te zijn. Paul komt uit Doorn, maar is gelukkig wel gecharmeerd van de omgeving hier.” Paul vult aan: “Het is een heel mooi, historisch huis. Het huis past ons goed, net als de omgeving. Laatst kwam ik een bever tegen toen ik met de hond uit was.” De hond in kwestie, Darwin, kwispelt even met zijn staart voordat hij zich weer in zijn mand oprolt. Het huis is het bezit van Marinke en Paul, de grond is van Stichting Natuurmonumenten. In 1985 is het huis, het landgoed en het aangrenzende Friese Veen overgedragen aan de stichting. Natuurmonumenten verkoopt sindsdien het huis aan privé-eigenaren die er mogen wonen. De grond blijft wel altijd van de stichting. “Het gaat uiteindelijk om het huis onderhouden, zodat het uiteindelijk kan worden doorgegeven”, zegt Paul. “Het is een soort rentmeesterschap.”
Het huidige landhuis dateert uit 1848, het is gebouwd op de fundamenten van een veel ouder huis. Deze stond er al sinds halverwege de 17e eeuw. In 1848 werd het huidige optrekje gebouwd door J. H. van Iddekinge en zijn echtgenote B.E.H. Polman Gruys. In 1912 werd het gekocht door P. A. Camphuis, die zijn geld verdiende met de handel. In 1915 vertrok hij naar Den Haag, omdat zijn vrouw Jantina Lourensia Lijphart het bruisende stadsleven miste. De zoon van Camphuis, Feico Pieter Jan, bleef op het landgoed wonen. Hij trouwde met Petronella Adriana Pierson. Feico verdiende een fortuin met de handel in steenkool en was bovendien politiek actief. Zo werd hij locoburgemeester van de gemeente Eelde. In de oorlog ging hij bij het verzet, hij werd verraden en stierf uiteindelijk in een concentratiekamp. Zijn weduwe bleef achter in het huis. Zij bleef er wonen tot haar dood in 1994. Om wat extra inkomsten te generen verhuurde ze delen van het huis aan gehuwde studenten.
Een plek met zo veel historie past perfect bij het Meurs en Steenhuis. Samen hebben zij een bureau dat cultuurhistorisch onderzoek uitvoert. Wanneer een bijzondere locatie wordt verbouwd dan worden zij ingeschakeld. Zo deden ze onderzoek naar het Binnenhof en de Tweede Kamer in Den Haag, voordat deze op de schop gingen. “In ons rapport schreven we bijvoorbeeld dat er ooit een gracht om de Ridderzaal liep, deze komt nu weer terug.” Paul en Marinke leggen uit dat ze toen ze hier kwamen wonen hun oudste kind tien jaar oud was. Marinke: “Nog jong genoeg om te aarden dus.”
Het leven bevalt goed in huize Vennebroek, dat betekent niet dat alles rozengeur en maneschijn is. “Het voelt als een voorrecht om hier te wonen, maar het is wel veel werk”, zegt Marinke. “It’s a way of life”, vult Paul aan. Hij wijst naar de houten luiken bij de ramen. “Deze hebben we twee of drie jaar geleden geïnstalleerd. Ze komen ergens anders vandaan, het zijn dus donorluiken.” Elk jaar proberen ze iets te herstellen dat door de jaren heen verdwenen is, zoals de luiken. Dit doen ze niet alleen uit hun respect voor de historie van het huis, de luiken zorgen er bijvoorbeeld voor dat de warmte beter blijft hangen.
Paul geeft een tour door de woning, om te beginnen met de aangrenzende kamer. De hele muur is beschilderd met een enorme voorstelling. Palmbomen lijken te wuiven, een capibara kijkt toe vanaf een rots. Dit beschilderde behang is speciaal gemaakt voor deze kamer, vertelt Paul. Vandaar leidt de rondleiding naar de gang en de kamers aan de overliggende zijde. Hier bevindt zich kantoorruimte, vanwaaruit Marinke en Paul werken. Deze extra ruimte was een belangrijke reden voor hun om het grote huis aan te schaffen. Marinke: “Nu hoeven we niet nog ergens apart een kantoor te huren.”
Aan het uiteinde van de gang, tegenover de voordeur, is een groot glas in lood raam. Hierin zijn de wapens van alle families die door de eeuwen het huis hebben bewoond. Ook de familie Camphuis heeft een wapen erin staan, ondanks dat het geen adellijke familie was. “Hij wilde er graag bij horen”, legt Paul uit. Vanaf de gang leidt er een trap naar beneden en een trap naar boven. Beneden is een keuken en opslagruimte. Het enorme, granieten keukenblad herinnert aan de feestmalen die hier ooit klaargemaakt zijn. Ook nu weer viert de oudste dochter hier haar studentenfeesten, zijn er Halloweenavonden en ooit trok de hele basisschool langs het huis in een kerstviering, met het kerstkoor op het achterbalkon.
Koken doen Marinke en Paul niet meer onder de grond. Ze hebben een moderne keuken in de serre. Paul wijst in de kelder naar een steunbalk, waar een groot stuk uit is gebeiteld. “Dat was helemaal verrot en dat onderdeel moet nu vervangen worden. Er zijn constant dit soort klusjes om op te knappen, als je het laat verslonzen dan heb je in een korte tijd een groot probleem.”
Over verslonzen gesproken, dat was voor lange tijd het lot van De Til. Dit is een huisje aan het Friese Veen. Deze werd oorspronkelijk gebouwd door mevrouw Camphuis-Pierson. Zij was bestuurslid bij het Diakonessenhuis in Groningen, tegenwoordig het Martini Ziekenhuis. Marinke loopt samen met hond Darwin richting het huisje, terwijl de decemberwind tussen de oude bomen speelt. “Zij zag dat de zusters die in het ziekenhuis werkten nooit op vakantie konden. Ze besloot daarom dit huisje te bouwen. De zusters konden hier komen om te ontspannen.” Het bleek een schot in de roos, de zusters maakten dankbaar gebruik van de voorziening. Op oude foto’s is nog te zien hoe ze, in uniform en met hoofdkapje, in een roeibootje varen.
Nadat het landgoed werd overgedragen aan Natuurmonumenten verloederde het huisje. Doodzonde, dacht Marinke. Ze besloot er iets aan te doen, er werd een stichting opgericht, medestanders geronseld en fondsen geworven. Zusters zijn tegenwoordig dun gezaaid, dus moest de stichting een toepasselijk equivalent vinden. “Ik dacht: mantelzorgers zijn de nieuwe zusters”, zegt Marinke. “Ik heb gezien hoe mijn schoonvader mantelzorg verleende aan mijn schoonmoeder en hoe zwaar dat was.” Naast mantelzorgers is er nog een groep die kosteloos een of twee dagen in het huisje mag verblijven, dat zijn mensen die lijden onder de gevolgen van long covid.
Het huisje is inmiddels helemaal opgeknapt en ligt er prachtig bij. Nevel hangt boven het water wanneer Marinke en Darwin aankomen. Een fiets verraadt de aanwezigheid van een ander persoon, het blijkt Henny van den Born te zijn. Hij zit in het bestuur van de stichting en gemeenteraadslid namens de ChristenUnie. Hij is bezig met wat klussen. Samen met Marinke geeft hij een tour door het huis, langs de kast met het kookgerei en de bedstee. Ze bladeren snel door het gastenboek, het huis is sinds januari 2024 open om gasten te ontvangen. De handgeschreven reacties zijn enthousiast, veelal mantelzorgers die het hebben over de rust die ze hebben gevonden tijdens hun verblijf.
Mantelzorgers of long covidpatiënten kunnen gratis langskomen, voor een zachte prijs is het huis ook te huren voor anderen. Alle informatie over verblijven op deze unieke plek zijn te vinden op www.vennebroekdetil.org







