Streekverhalen: vier dorpen, vier schrijvers

Leny Hamminga, Taarlo
Er was eens een engel die voornamelijk velddienst deed. Hij of zij - bij een engel is dat niet van belang - kreeg op een dag opdracht van de hoogste baas of bazin - dat doet er niet toe - om eens te kijken in Taarlo. De engel stapte op het hoofdstation in Stad in bus 51. Hij ging op de voorste stoel zitten, die, niet geheel toevallig, vrij was. De bus reed over de Hondsrug naar het zuiden en bij het Balloërveld stapte de engel uit. In de verte lag Taarlo, aan de overkant van een kleine stroom.
Het werd al schemerig en in het westen kleurde de hemel oranje. In de huizen pinkelden lichtjes en hier en daar was een dakrand versierd met een guirlande. De engel stond even stil op de kleine brink om te luisteren. Hij keek omhoog naar het ooievaarsnest. Het was verlaten. Er lag een diepe stilte over het dorp. Op de grote brink scharrelden een paar schapen. De maan was opgekomen en spiegelde in de dobbe. ‘Mooi’, dacht de engel. ‘Maar waar zijn de mensen?’ Hij hield zijn adem in en luisterde. Een bosuil riep. Toen hoorde hij een zacht geroezemoes. Het kwam uit een houten schuur die aangebouwd was aan een grote Saksische boerderij. De engel liep naar de deur en drukte de grendel omhoog. Meteen werd het stil en de mensen zagen een mager persoon, gekleed in een haveloze cape, op de drempel staan. ‘Kom erin’, zei de barman, ‘het is koud buiten’. Iemand reikte een beker hete thee aan. Glimlachend nam de engel een slok. ‘ Bedankt’, zei hij. ‘Door omstandigheden ben ik de weg kwijtgeraakt en hier terechtgekomen. Komt er nog een bus?’ Gelach klonk op. ‘Hier komt al jaren geen bus meer’, zei een vrouw, ‘maar blijf hier, we gaan zo naar muziek luisteren. Zing mee, als je wilt.’ Later die avond lag de engel in een slaapzak in het hooi. De volgende ochtend, toen hij de deur opende, stond het dorp op de brink een kerstboom op te tuigen. Er werd naar hem gezwaaid. Een klein jongetje vroeg of hij lekker geslapen had. Hij knikte en liep het dorp uit. Het jongetje rende naar zijn moeder. ‘Mama kijk es, een veer! Die viel uit de jas van die meneer! Zou hij vleugels hebben?’
Fons van Dam, Bunne
![]()
Bunne en Winde zijn kleine esdorpen in het westen van de gemeente Tynaarlo. Bunnerveen is het ruilverkavelde gebied ten westen van de Noordenveldweg (dus ook ten westen van Bunne en Winde), in totaal wonen er net 300 mensen.
Binnenkort is er in het dorp de Oliebollentocht. “We lopen dan met groepjes mensen verschillende trajecten en halen dan de blikjes en het zwerfvuil uit de sloten en wat er verder voor ongerechtigheid langs de weg ligt. Dat klinkt heel prozaïsch, maar het is altijd erg gezellig en de opkomst is altijd goed. We sluiten het af met uitgebreid oliebollen en kniepertjes eten in de Hardenstee, ons Dorpshuis,” vertelt Fons van Dam. Ten oosten van Bunne en Winde ligt het dorp Eelde, ten zuiden het dorp Donderen en aan de noordkant ligt Peize. Winde en Bunne worden gescheiden door het Eelderdiep, dat hier ook wel Bunner Diepje wordt genoemd.
Aan de westkant van het dorp lag vroeger het uitgestrekte Bunnerveen, woeste grond dat begin jaren zestig van de vorige eeuw als het laatste gebied van Nederland werd ontgonnen met instemming van koningin Wilhelmina zelf. Ten zuiden van het dorp ligt de Bunneres, waar naast akkerbouw en veeteelt ook een aantal interessante kleine vennetjes - Langwandveen, Holtveen en Langakkersveen – liggen. Aan de westkant van de es ligt natuurcamping de Mierenhoop die er in de zomer voor verantwoordelijk is dat het inwonertal in Bunne bijna verdubbelt.
Het zijn leuke, levendige dorpen. Er worden veel activiteiten georganiseerd door de Vereniging voor Volksvermaken. Daarnaast hebben we de IJsvereniging en de toneelvereniging ‘Het ontluikend Bloempje’. Het dorp Bunne wordt voor het eerst genoemd in 1141 als Buun. Rond 1206-07 wordt de naam gespeld als Bonne en Bunne duikt voor het eerst op in 1302. De betekenis is niet bekend. Rond 1145 liet de bisschop van Utrecht bij Bunne een burcht bouwen met kapel en bierbrouwerij omringd door een brede gracht. Winde wordt voor het eerst genoemd in 1338 als ‘de Winde’ (in 1487 als ‘Wynde’) en is na het begin van de 19e eeuw nauwelijks meer veranderd. De naam komt van het werkwoord ‘wenden’ en verwijst naar een bocht (wending) die de Winderloop (een zijtak van het Eelderdiep) hier naar het oosten maakt.
In 1896 werd de Coöperatieve Handkracht Zuivelfabriek Winde en Bunne opgericht in Bunne, op het kruispunt van de Burchtweg-Eelderweg met de Donderenseweg-Peizerweg. De laatste vijftien jaar is de Melkfabriek een gebouw waar veel gebeurt, van congressen en seminars voor bedrijven tot filmvoorstellingen, culturele evenementen, etentjes en allerlei dorpsactiviteiten. Dorpsbelangen beheert het dorpshuis. Er wordt onderzocht of daar meer energiebesparende maatregelen voor kunnen worden getroffen.
Albert Hovius, Anloo
![]()
“k Heb nou toch wat aan de fiets hangen! Aal mien tuten bennen vot! Ik dee ’t loekie open vanmörgen, zoas elke dag; gain bewegen en gain geluud. Aalmaol vot! Dat bleek bij meerdere inwoners van Anloo het geval te zijn op die bewuste Nieuwjaarsmorgen. Grote consternatie.
Door omstandigheden stond in die tijd de pastorie een paar weken leeg, omdat de vorige dominee al was vertrokken en de nieuwe nog niet gearriveerd. Dat leek een stel opgeschoten jongelui een ideale gelegenheid om, in het kader van het traditionele slepen, de pastorie tijdelijk van nieuwe inwoners te voorzien. Het bleek een hele klus te zijn voor de ‘bestolen’ eigenaren om hun eigen kippen weer terug te vangen. Maar het was wel een flexibele en geestige invulling van de eeuwenoude traditie van het ‘slepen’. Die traditie van het slepen is in een paar jaar tijd helemaal verdwenen.
Een andere traditie die wel in stand is gebleven in het prachtige dorp Anloo is het bakken van ‘Joskouken’ en van ‘knieperties en rollegies’. In grote aantallen worden die nog steeds gebakken, vroeger met de ijzeren ‘kniepertjestang’ boven het open vuur; tegenwoordig gebruikt bijna iedereen zo’n handig elektrische apparaat. Volgens de oude traditie worden de kniepertjes tot en met Oudejaarsdag geserveerd, daarna de rolletjes. De symboliek is dat tegen het einde van het jaar alles open en bekend is maar dat aan het begin van het nieuwe jaar alles nog opgerold, verborgen, is. Een wat jongere traditie is dat voor de kerkdienst in de Magnuskerk op Kerstavond om 10.00 uur ’s avonds een grote groep schapen van de schaapskudde het Stroomdal vanuit het Kniphorstbos begeleid wordt naar de kerk door tientallen kerkgangers. Een prachtige ervaring, in het pikkedonker, uitsluitend het geluid van die hoefjes op het zandpad en de langs flitsende honden met lichtjes aan hun halsbanden. De schapen worden op het grasveld rond de kerk ingeschaard en brengen daar dan ook de nacht door. Omdat overal tijdens de kerkdiensten in vele kerken door heel veel mensen uit volle borst gezongen wordt over ‘Vrede op aarde’, terwijl de realiteit heel anders is, is recentelijk in Anloo de traditie ontstaan van het ‘Andere Kerstconcert’ ; een concert in de Magnuskerk waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de slachtoffers van die vele oorlogen in de wereld. Anloo, een fijn dorp om te wonen.
Mies van Hout, Zeegse
![]()
Er is een mooi stukje ongerept bos vlak bij mijn huis. We gaan er nooit in omdat we weten dat de eigenaar dat niet prettig vindt. En terecht, ongerepte stukjes bos zijn zeldzaam. Elke ochtend kom ik er langs tijdens de wandeling die ik maak voordat ik mijn atelier in duik. In het voorjaar staan er bosanemonen en sneeuwklokjes en verderop is een stukje met van die Engelse blauwe boshyacinten.
Daar kijk ik elk jaar naar uit. Het ligt prachtig langs het Zeegser Loopje. Ik geniet van de kleine draaikolkjes in het water en de beukentak die sierlijk over het water hangt. Door het bosje loopt ook een stukje voormalige Werdense weg naar wat vroeger een doorwaadbare plek in de beek was.
En toen stond daar ineens midden in het bos een grote trampoline. Mijn man en ik werden er giechelig van. Wie laat er nu een trampoline achter in het bos? Wie heeft er uberhaubt een trampoline bij zich? Leuk voor de eekhoorns!
Maar het was wel een interessant raadsel. We konden ons niet voorstellen dat de eigenaar van het bos hem er had neergezet. En die snapte er inderdaad ook niks van, bleek later.
Weken later hoorden we dat de trampoline via Marktplaats gekocht was door 2 jongens bij iemand verderop in de straat. Ze werden gebeld en vertelden dat ze hem over het fietspad richting Zeegse hadden gerold. Ze vonden het bosje wel een handige hangplek want het lag precies halverwege. Een van de jongens woonde namelijk in Zeegse en de ander in Tynaarlo.
Maar goed, op een dag lag er zand op het fietspad, alsof iemand iets zwaars uit het bos had gesleept. Ik zocht tussen de bomen door naar de trampoline, maar ik kon hem niet meer vinden.