Frans Krips

PATERSWOLDE - In de zonovergoten voorkamer van zijn woning in Paterswolde maakt Frans Krips het zich gemakkelijk. Sinds de jaren 70 woont hij al met zijn vrouw Lientje in deze fraaie woning. Althans, de woning is al zolang in hun bezit. Er zijn een paar periodes geweest dat ze elders vertoefden, reizen waar hij graag over vertelt. Als docent wis- en natuurkunde heeft hij op verschillende, exotische plekken les gegeven.
Het begon allemaal met een studie wis- en natuurkunde aan de universiteit van Groningen. Terwijl hij nog studeerde gaf hij al les aan het Praedinius gymnasium. Lesgeven is de familie Krips sowieso niet vreemd. “Mijn vader, oom, broers, het waren allemaal onderwijzers,” vertelt hij. Tijdens zijn studententijd was hij lid van de studentenvereniging Vindicat. Hij was dol op sporten, met de roeivereniging Aegir werd hij Nederlands kampioen. Daarnaast stond hij aan de wieg van basketbal in de Martinistad. “Ik was een basketballer van het eerste uur, volgens mij speelde ik de allereerste formele wedstrijd van Donar.”
Tijdens zijn studententijd ontmoette hij zijn vrouw Lientje. Nadat hij afstudeerde vertrok het koppel naar Amsterdam. Daar kwam hij een interessante baan in het vizier: leraar worden op de Europese School in Brussel. “Daar gingen de kinderen van alle ambtenaren en diplomaten naartoe. Er werd lesgegeven in Frans, Duits, Italiaans en Nederlands. Het was daar ineens een heel ander leven, met dat salaris kon ik bijvoorbeeld een auto betalen.” Uiteindelijk bleef het gezin vijf jaar in Brussel. Inmiddels was de familie uitgebreid met drie kinderen. “We hebben een prachtige tijd daar gehad, maar mede om de kinderen wilden we toch terug naar Nederland.”
Het gezin keerde terug naar het noorden, waar ze neerstreken in Paterswolde en de woning kochten waar Frans en Lientje nog altijd vertoeven. Frans ging aan de slag bij de uitgeverij Wolters-Noordhoff. Inmiddels was meneer Krips een zeer ervaren onderwijzer, bij de uitgeverij hielp hij met nieuwe lesboeken ontwikkelen. “Ik heb daar twaalf jaar met heel veel genoegen gewerkt. Maar uitgeven is een creatief vak, op een gegeven moment was de pijp uit. Toen zijn we gemoedelijk uit elkaar gegaan.”
Hij was nog maar net vertrokken bij de uitgever, of Lientje las een interessante advertentie in de krant. Er werd een leraar gezocht die in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, aan de slag wilde. “Ik was op dat moment vrij, dus besloten we de sprong te wagen. Zes weken later zaten we daar. Door mijn werk bij Wolters-Noordhoff mocht ik mezelf didacticus noemen. Ik ging aan de slag met het opleiden van andere leraren daar,” herinnert Krips zich. Hij ging aan de slag met het onderwijssysteem aanpakken. “Er werd daar gewerkt via het Franse systeem, dat wil zeggen: heel veel theorie stampen. Natuurkunde is bij uitstek een vak dat je in de praktijk moet brengen. We hebben een laboratorium opgezet en zijn proefjes gaan doen.” Het echtpaar kijkt met veel plezier terug op hun tijd in Afrika. “Het leven was goed daar, de mensen waren ontzettend aardig.” Het avontuur beperkte zich niet alleen tot het hervormen van het onderwijs, Krips leerde zichzelf ook nog de trombone spelen.
Na een jaar keerden ze terug naar Nederland. Frans Krips werd directeur van het Ubbo Emmius college. Na vijf jaar kwam daar een einde aan, toen een groot aantal scholen in het noorden fuseerden. Hij weet nog goed hoe dat ging. “Toen konden we ineens naar Indonesië. We zijn eerst vijf weken in Amsterdam geweest, waar we het beginsel van de taal leerden. Daarna vertrokken we naar Bandoeng, de mooiste plek van heel Indonesië. In eerste instantie zouden we voor 1 jaar gaan, dat werd telkens verlengd tot we er vier jaar bleven.”
Zowel Frans als Lientje leerden de taal vloeiend spreken. “Dat was een principiële keuze. We waren onderdeel van een groot project, waarbij tien mensen naar verschillende plekken in Indonesië werden gestuurd. Iedereen gaf les in het Engels, ik was de enige die het in Indonesisch deed.” Zij zagen het als een teken van respect om de taal te leren. Het had wel bovendien een praktisch voordeel. “Mensen belazeren je niet als ze horen dat je de taal spreekt,” vertelt Krips lachend. Later zouden ze nog een keer terugkeren naar Bandoeng, Krips werd gevraagd om een project te beoordelen. “Dat viel zo tegen, je bent ineens geen inwoner meer maar een gast. Het voelde niet meer als thuis.”