‘Het fascinerende aan dode dieren is dat je details ziet die je anders nooit zou zien’

PATERSWOLDE - Het atelier van Jitske Rinsma ligt tussen de weilanden, aan de rand van Paterswolde. Koeien grazen in het naastgelegen weiland. Binnen het atelier zijn de muren bedekt met uiteenlopende kunstwerken, van grote schilderijen tot geborduurde doorzichtige doeken. Er valt wel een thema te ontdekken, de voorstellingen bevatten bijna uitsluitend dieren, planten of bomen.
“De natuur is de rode draad in mijn werk, vooral dieren. De dood komt vaak terug, dat is een bekend thema in de kunst.” In sommige werken, zeker de grote schilderijen, is dat duidelijk. Aan de muur prijken schilderijen van een dode haas en een overleden kerkuil. “Het fascinerende aan dode dieren is dat je details ziet die je anders nooit zou zien. Bijvoorbeeld hoe prachtig het verenkleed van een kerkuil is,” legt Rinsma uit. Deze onzichtbare wereld tonen is een belangrijk element in haar kunstwerken.
De fascinatie met de natuur heeft ze al van kinds af aan. “Ik was er altijd al gek op, daarom heb ik ook biologie gestudeerd. Daarnaast heb ik er als hobby altijd getekend en geschilderd.” Als kind was ze ook al geïnteresseerd in dode dieren. Als jonge tiener zette ze, samen met haar vader, gestorven vogels op. Rinsma: “Hij kocht een boek voor me over prepareren, we begonnen met een dode merel die we in de achtertuin vonden. Uiteindelijk heb ik het jaren gedaan, tot ik het plezier erin kwijt raakte. Bij het opzetten is het de bedoeling dat het beest er weer uitziet alsof het leeft, dat voelde als een reparatieklus.”
Een werk waarin de dood en vergankelijkheid minder duidelijk naar voren komen is een borduurwerk van een paard. De hengst is uitgewerkt in donker draad op doorzichtig doek, zijn staart springt van het doek. “Het stelt de eeuwige jachtvelden voor, het paard is overleden,” legt de kunstenaar uit. “Ik heb er een tweede doek bij geborduurd die er achter hangt. Daarop staan een stel merries.” De doeken hangen nu tegen een muur, het liefst hangt Jitske ze in de vrije ruimte. Daar kunnen ze bewegen, zodat het lijkt alsof de dieren weer tot leven komen.
Borduren is een nieuwe manier van tekenen maar dan met naald en draad, waar Rinsma inmiddels een aantal jaar mee bezig is. Het formaat van de werken loopt uiteen van meterslange doeken tot fijne vlinders van een paar centimeter. “Met borduren heb ik meer mogelijkheden dan bij schilderen. Daarbij blijf je altijd op het platte vlak, met naald en draad kan ik de ruimte in.”
Twee andere voorbeelden staan tegen de grote deuren van de voormalige werkplaats die door Rinsma tot atelier is omgebouwd. In twee houten frames zijn doeken gespannen. In de eerste is een boom helemaal uitgewerkt in draad, in het tweede frame is alleen nog maar de omtrek te zien. De eerste stelt een olijfboom voor, de kunstenaar zag een foto van een afgebrande olijfboomgaard. De boom is uitgewerkt in zwarte strengen, met gekleurd draad worden bepaalde accenten aangebracht. Een oranje weefsel geeft aan waar de boom nog smeult na de brand.
De kunstenaar is nog lang niet klaar met borduren, ze legt uit dat ze altijd bepaalde periodes heeft waarin ze zich toelegt op een bepaalde kunstvorm. “Hier ga ik nog wel even mee door, ik ben nog niet klaar met experimenteren.” Vanaf zondag 29 september exposeert ze in de Bonifatiuskerk van Vries, samen met een aantal andere kunstenaars van de kunstenaarsvereniging VanTynaarlo. Welk werk ze precies tentoon gaat stellen weet ze nog niet. “Dat is het fijne van zelf de expositie opbouwen, dan kan je op het laatste moment beslissen.”

