Onder de Bonifatiuskerk van Vries ligt het kleinste museum van Nederland

VRIES - Het gieten van een kerkklok is een hele klus. Als een kerk in de middeleeuwen een nieuwe klok nodig had, nam het gebedshuis een ambachtsman in de arm. Deze goot ter plekke een klok. In 1517 gebeurde dit in Vries, daar werd de Bonifatiuskerk voorzien van de Mariaklok door zo’n vakman. Onder de kerk is een piepklein museum ingericht, waar de mal waarmee de klok is gegoten te zien is. Albert Weemstra geeft rondleidingen in de kerk, hij nodigt groepen na een rondleiding altijd uit om ook even het kleinste museum van Nederland te bekijken.
Wie niet weet dat er een museum is, zou er zo aan voorbij lopen. Aan de achterzijde van de kerk is een groene deur, alleen een klein bordje verraadt dat er iets bijzonders achter schuilgaat. De deur knelt een beetje, Weemstra moet kracht zetten om hem open te doen. Een smalle trap leidt naar het museum, waar de mal te zien is. Hiermee is ruim vijfhonderd jaar geleden de klok gegoten, die nog altijd in de toren hangt.
Weemstra vertelt graag iets over de geschiedenis van de klok. “Bij een grote restauratie in 1946 is de mal boven water gekomen. Daarna is er een tijd eigenlijk niks mee gedaan, in 1996 is besloten om er een museumpje voor op te richten.” Het verkleinwoord is hier zeker op zijn plaats, de kelder waarin het museum zich bevindt is slechts enkele meters lang en breed.
De mal voor de klok werd opgebouwd in een groot gat, dat vlak voor de kerk werd gegraven. De binnenkant van de mal is gemaakt van bakstenen. Daaromheen werd een tweede laag gebouwd, met enkele centimeters ruimte tussen de beide lagen. In deze ruimte werd het gesmolten brons gegoten. Nadat het hele zaakje was afgekoeld, kon de buitenste mal worden afgebroken en verscheen de klok. Dat afkoelen kon wel even duren. De klok werd gemaakt van een legering van koper en tin. Afhankelijk van de verhouding moest het worden verhit tot 1100 graden Celsius, voordat het smolt en kon worden gegoten. Vervolgens werd de klok afgewerkt en op toon gebracht. Hierna was de spierkracht van de dorpsgenoten nodig om het bakbeest de toren in te takelen.
Weemstra is niet alleen gids in de kerk, als lid van de activiteitencommissie is hij momenteel bezig met een groot festival organiseren. Deze staat gepland voor volgend jaar. “We vieren dan dat er al 1250 jaar op deze locatie een gebedshuis staat.”Het beloofd een groot feest te worden. Weemstra vervolgd: “Er komt een middeleeuwse markt, een symposium met een archeoloog en we hebben een toneelgezelschap de opdracht gegeven om een speciaal toneelstuk te schrijven voor de gelegenheid.”
Terwijl Weemstra een kopje koffie drinkt kijkt hij uit op de toren van de kerk, waarin de klok nog altijd hangt. Hij heeft een interessant feitje achter de hand. “Wist je dat de toren eigendom is van de gemeente? Dat is al sinds de tijd van Napoleon zo, die besloot dat torens het eigendom waren van het aardse bestuur. Dat is daarna nooit meer teruggedraaid.” Dat roept wel gelijk de vraag op: zijn de klokken dan ook eigendom van de gemeente, of van de kerk? “De kerk heeft ze laten gieten, dus ik denk dat zij ook nog de eigenaar zijn. Ik weet het niet zeker, goede vraag”, zegt hij mijmerend.



