Kinderen luiden Brinkdagen in

|||||
||||| Foto: |||||
‘Verschrikkelijk’ mooi Zeegse
ZEEGSE -  De bedenker van de veel bekritiseerde naam ‘Hunebedhighway’  zou eens in Zeegse moeten kijken. Daar wonen zeer creatieve mensen, die tenminste originele ideeën hebben. Was vorig jaar het thema van de Brinkdagen ‘Keigaaf Zeegse’, dit jaar wordt het kleine dorpje ‘Verschrikkelijk mooi Zeegse’ genoemd. Want het draait dit keer om vogelverschrikkers.
Een optocht met vogelverschrikkers, het is eens wat anders. Het dorp is omgeven door vogelverschrikkers. Zelfs de twee jongens die met hun cabriolet neerstrijken op de brink is het niet ontgaan. “Overal in de tuinen staan vogelverschrikkers.” De start van de optocht is op Hoofdweg 4.  Anneke Joosten wijst op de versierde wagen met vogelnimf. “De vogelnimf beschermt ons tijdens de Brinkdagen en ook om het feit dat het vandaag vrijdag de dertiende is.” Joosten wijst verder op de groep kinderen, die poseren voor de fotografen. Kinderen prachtig gekleed, de begeleiders ook, in hun aardappelzakken en strohoeden. “Is het geen plaatje?” Joosten weer: “die tractor hebben we vanmorgen nog versierd. Met verse bloemen.”  Wanneer de tractor de schuur uitrijdt reageren mensen opgetogen ‘jeetje mina’, klinkt het. Dan zet de stoet zich in beweging, over de vaak drukke Hoofdweg. “Nina heeft het prijskaartje er nog aan hangen”, is de opmerking van een van de ouderen. Langs de kant wordt de kleine optocht – een tiental kinderen met volwassenen en een klein groepje meelopers- bewonderd door de inwoners. “We komen straks terug hoor”, wordt naar een vrouw geroepen. Langs de Hoofdweg staan vele vogelverschrikkers in de tuin. De een nog mooier dan de ander. Automobilisten rijden rustig achter de stoet aan. Waaronder een Franse camper, de Fransen zullen toch wel even raar op hun neus kijken. Meest in het oog springend is een plassende vogelverschrikker. “We hebben een winnaar!”, klinkt het luidkeels, waarna er prompt (even) geen water meer uit komt.  We duiken de Goldakkers in. Ook hier vele, vele creaties. Een vogelverschrikker met een T-shirt met opschrift Wintertriatlon, een ‘Sijsjeslijmer’. “Is dit een basketbalring”, vragen we aan bewoners. “Nee, dit heet trash”, is het antwoord. Bij het huis ernaast staat in ieder geval een tennisser. Burgemeester Marcel Thijsen is naar buiten gegaan en zwaait naar de groep, die voorbij marcheert. En verderop: “even zwaaien naar Alie!” Na het dorpsommetje komen we weer uit op de zonovergoten brink. Intussen heeft Klaas Hooijer van Dorpsbelangen zich ook aangesloten. “Hier wonen creatieve mensen die altijd een thema bedenken. Op vogelverschrikkers kun je je creativiteit kwijt. Van simpel iets tot fantasie.” Hooijer wijst in dat verband ook op ‘de Witte Wieven’, aan de overkant van de brink. “Alles wat verschrikkelijk is moet het dorp uut, behalve het mooie niet”, omschrijft Hooijer fraai. Hooijer gaat nog even door op het woord verschrikkelijk, als we vragen naar de Run van Zeegse – zowel met als zonder honden- die de volgende dag op het programma stond, maar niet doorgaat. Te weinig animo. “Het is verschrikkelijk moeilijk om mensen het huis uit te krijgen.”  De kinderen hebben er wel schik in, zo te zien. “Dit is ook een avond voor de kinderen. Straks gaan vogelverschrikkers zich verstoppen in Siepelveen. Oftewel een vossenjacht. Maar eerst volgt de bekendmaking van Zeegses mooiste vogelverschrikker. En een korte openingstoespraak. “Wat opvalt is dat mensen veel tijd hebben gestoken in de creaties. Het is zeer arbeidsintensief. De vogelverschrikkers zijn stuk voor stuk uniek. Er is geen gelijke bij.” Kinderen klimmen dan op de wagen. Want zij zijn de jury. Het is aandoenlijk, pratend door een nostalgische microfoon, geheel passend bij het thema. “Als kinderen praten zijn volwassenen stil”, wordt de inmiddels aardig gegroeide menigte ingepeperd. Ronja beschrijft de derde prijs, ‘boer achter boom’. “Het is leuk omdat hij je laat schrikken van achter de boom. Wij vinden hem erg grappig en leuk.” Guido mag vertellen over de winnaar van de tweede prijs, Bob de Bouwer. “Heel goed gemaakt. Wij herkennen hem nog van vroeger als de vogelverschrikker van Bob de Bouwer, hij heet namelijk Spud. “Je wordt er blij van.” En dan de grote winnaar. En dat is geen verrassing meer, de plassende vogelverschrikker. “Wij vinden de tong geinigen dat hij plast en praat is echt geniaal”, vertelt Sterre. En Niek: “de techniek die gebruikt is, erg knap. Er is veel werk van gemaakt. Voor de winnaars Roelof, Janny en Astrid Homan is er een vogelhuisje (voor iedereen) en een zak zaad. Die  vogelhuisjes komen overigens van een man op Dennenoord, voor wie het een passie is. Janny Homan glundert als ze de prijzen krijgt, uit handen van Sven en Tristan. “Roelof heeft deze gemaakt hoor. Hij is van de technische snufjes. Hij heeft van dit soort uitspattingen. Op zich was het simpel te maken. Alleen het geluid en het plassen, dat was even een werkje. We kunnen van huis uit geluiden maken. Als mensen voorbij lopen roepen we dan ‘wat een vreemde vogels’. Maar waar is Roelof zelf? Hij is kroeghouder hier, hij is hard aan het werk.”
|||||
|||||
|||||
|||||
|||||

UIT DE KRANT