De Zwaluw bij Oudemolen draait weer

OUDEMOLDEN - Anne Doornbos en Albert Kalk zitten aan een welverdiende bak koffie.. Doornbos is molenmaker, hij heeft net de laatste hand gelegd aan een noodzakelijke reparatie van De Zwaluw, de molen bij het toepasselijk genaamde Oudemolen. Kalk is vrijwillig molenaar, hij heeft geholpen met de laatste werkzaamheden.
De molen heeft sinds maart niet meer gedraaid. “Er was bijna brand ontstaan, door ad rem optreden van de vrijwilliger is een ramp voorkomen,” legt Kalk uit. Het ging bijna mis met een van de ‘vangblokken’ van de molen. Dat zijn stukken hout die de molen moeten afremmen en tot stilstand kunnen brengen. Een van de blokken liep aan, door de wrijving was hij bijna in de brand gevlogen. De molenaar laat op zijn telefoon een foto van de boosdoener zien, een aanzienlijk deel van het stuk hout is al verkoold. Het is duidelijk dat het weinig scheelde voordat het helemaal zou ontvlammen.
Aan Anne Doornbos was de schone taak om een nieuw blok te maken en deze te installeren. Dat is geen eenvoudige klus. “Het is allemaal maatwerk, elke molen is net een beetje anders,” vertelt de molenmaker. Toen het blok eenmaal op maat was gemaakt moest het worden geïnstalleerd, een echt precisiewerk. “De molen is zo’n complexe machine, als je iets verandert dan wijzigt gelijk ook iets anders. Je hebt er fingerspitzengefühl voor nodig.”
De Zwaluw werd in 1837 gebouwd, in 1880 kwam de molen in bezit van de familie Greving. Opeenvolgende generaties verdienden de kost als molenaar. In 1981 was de molen in verval geraakt, reden voor de gemeente Vries om de molen aan te kopen, in 1982 waren de benodigde restauratiewerken uitgevoerd. Hij werd in werking gehouden door de broers Egbert en Jannes Greving.
Vrijwillig molenaar Kalk heeft al van kinds af aan een passie voor molens. “Mijn vader had een bouwbedrijf, dat ook onderdelen maakte voor molens. Ik ben zelf het onderwijs in gegaan, toen ik met pensioen ging besloot ik een opleiding tot molenaar te doen. Na de opleiding werd ik gevraagd of ik hier wilde komen draaien. Dat doe ik nu elke donderdag. Daar ben ik heel gelukkig mee. Mijn vrouw overigens ook, dan ben ik tenminste af en toe van huis,” vertelt hij lachend. Hij vervolgt: “Ik hou van de techniek van de molen, verder vind ik het mooi om andere mensen er over te kunnen vertellen. Tot slot is het belangrijk om het als monument in stand te houden. Molens maken deel uit van een geweldige traditie, er is zo veel op ze terug te voeren.” Wie Albert hoort vertellen over de molen moet een hart van steen hebben om niet zelf ook enthousiast te worden.
Het is ook geen toeval dat Anne Doornbos molenbouwer is geworden. Zowel zijn opa als vader beoefenden het beroep. “Ik ben geboren naast een molen, het kruipt een beetje in je genen. Het is niet een vak wat je er even bij doet, een boel zaken in mijn leven moeten ervoor wijken. Het is fysiek uitdagend, je moet handig zijn en je moet goed vooruit kunnen denken. Als je dit vak wil uitoefenen moet het echt je passie zijn.”
In allerlei technische vakgebieden is er gebrek aan nieuwe aanwas, bij molenbouwers is dat niet anders. Vandaar ook dat het even duurde voordat Doornbos tijd had om het nieuwe blok voor De Zwaluw te maken en installeren. “Er is meer dan genoeg werk,” zegt Doornbos. “Ik kan er nog wel twee jongens bij gebruiken, maar die vind je niet zomaar. Daar maak ik me wel zorgen over, het is belangrijk dat deze vakkennis wordt doorgegeven.” Is er wellicht een vierde generatie Doornbos die het stokje straks van Anne kan overnemen? Anne: “Ik heb een zoon van veertien. Het zou leuk zijn als hij het vak wil leren, maar ik ga hem niet pushen.”
Dan is het tijd voor Doornbos om te gaan, hij heeft eigenlijk vakantie maar voor deze klus maakte hij een uitzondering. Zijn vrije tijd is dus één van de zaken die moet wijken voor het vak. In de deuropening komt hij Willem Oosting tegen die even een kijkje komt nemen. Oosting woont naast de molen, hij was getrouwd met de dochter van de laatste molenaar. Zijn vrouw is overleden, maar Willem houdt nog altijd een oogje in het zeil bij de molen. “Hij is onze waakhond,” zegt Kalk lachend.
“Werkt alles weer,” wil Oosting weten. “Zeker,” antwoordt Kalk. “Er is alleen te weinig wind.” Net op dat moment doet een windvlaag het gras op het nabijgelegen veld buigen. “Dat bedoel ik, het fladdert. Het ene moment lijkt het wat, dan gaat het weer liggen,” zegt de verbolgen molenaar. Om te demonstreren dat alles toch weer naar behoren werkt stapt hij over het hekje dat onoplettende bezoekers weg moet houden van de molenwieken. Kalk pakt een wiek vast en begint te lopen, statig draait de meterslange contraptie een slag. Zo gauw hij hem loslaat komt het gevaarte weer tot stilstand. Maar voor even klapperde De Zwaluw weer met zijn vleugels.



