Zoektocht naar kriebelbeestjes in het Noordsche Veld

Afbeelding
Foto:

NORG - Het zonlicht schildert patronen op de bodem van het bos. Een clubje jonge kinderen loopt met hun ouders en grootouders over het pad tussen de bodem. Ze zijn in het bos van natuurpark Noordsche Veld, op de grens tussen de gemeente Tynaarlo en Noordenveld, om beestjes te zoeken.

De expeditie wordt geleid door Corné Joziasse, boswachter in het gebied. Ook is Natalja van de partij, zij is natuurgids bij IVN. Samen begeleiden zij de kinderen bij hun zoektocht naar dieren die in de bosgrond en watertjes van het natuurgebied leven. Of zoals de boswachter het noemt tijdens de introductie: “We gaan kriebeldiertjes zoeken.” Op de kinderkopjes verschijnen vieze gezichten.  Als voorbereiding nemen de gidsen de kinderen mee naar een bord met de ‘vangst van de week’. Foto’s van de dieren die de laatste dagen zijn gevonden hangen op het bord, inclusief hun naam. Er prijken plaatjes van torren, mieren, salamanders en andere beestjes. 

De tocht vervolgt zich naar een stellage met kubussen die gedraaid kunnen worden. De verschillende fasen die een kikker doormaakt zijn erop weergegeven. Bram weet feilloos de blokken in de juiste volgorde te zetten, van kikkerdril naar volgroeide kikker. Dan duikt de groep het bos in. Na de eerste meters is de wandeltocht al te veel voor een dreumes. Zijn vader hijst hem op de schouders, triomfantelijk rijdt hij op papa’s schouders verder.  Na een paar minuten lopen stopt boswachter Joziasse. Hij legt uit wat de bedoeling is; de kinderen krijgen elk een potje van doorzichtig plastic. Het deksel doet ook dienst als vergrootglas. De kinderen mogen onder de dennenbomen in de grond wroeten, op zoek naar beestjes. In een mum van tijd zitten kinderen gehurkt op de laag dennennaalden, geconcentreerd turen ze naar de bosgrond. Al snel zijn de eerste beestjes gevangen. Esra, Jesse en Thirza hebben zich om een potje verzameld. “Het is een pissenbed,” vertellen ze trots. Natalja kijkt met ze mee, ze geeft ze een kaart waarop de meest voorkomende insecten uit het bos op staan. Naast het pissenbed staan er allerlei kevers, mieren en slakken op. 

Corné Joziasse pakt een vermolmde tak op, tientallen pissenbedden zoeken een veilig heenkomen. De boswachter houdt het stuk hout boven een potje, zodat de beestjes erin vallen. De deksels klappen dicht, de isopoda worden nauwkeurig bestudeerd door de kinderen. Bram blijkt niet alleen de levenscyclus van kikkers goed te kennen, hij is ook een begenadigd insectendetective. Met een potje in de hand loopt hij naar de boswachter. Samen kijken ze op een gelamineerd blad, met daarop de meest voorkomende insecten. Na even kijken wijst Bram een zwarte tor aan, “Dat is hem volgens mij.” Joziasse kijkt eens goed. “Ik denk dat je gelijk hebt, het lijkt het meest op de schorskever. Nadat de jongen zijn gevangen kever weer de vrijheid heeft teruggeven legt Corné uit dat dit de essentie is van de wandeling. “Je wil kinderen enthousiast maken voor de natuur en ze stimuleren om zelf op ontdekking te gaan.” 

Het blijde gekraai van kinderen die nieuwe diertjes ontdekken laat zien dat het enthousiast maken vandaag in elk geval gelukt is. Een moeder vraagt wat de rol van naaktslakken is in de natuur, de boswachter grijpt die opening aan om het belang van bodemdieren te benoemen. “Deze beesten eten allerlei plantaardig materiaal, zo komen voedingsstoffen vrij in de bodem. Daarna fungeren zij zelf weer als voer voor andere dieren, zoals vogels. Ze vormen zo een cruciale schakel in de voedselketen.” Wanneer het tijd is om te gaan, roept Natalja de kinderen bij elkaar. “De beestjes voorzichtig vrijlaten,” waarschuwt ze. Zo gauw de potjes leeg zijn, vervolgt de groep hun wandeling door het bos, richting een beek. Daar zullen de meegebrachte schepnetjes worden gebruikt om te kijken wat daar allemaal in leeft.

UIT DE KRANT

Lees ook