Leven achter de poort: wonen op Dennenoord

ZUIDLAREN - Bas Polman werkt als verpleegkundige al drie decennia voor Lentis op Dennenoord. Hij heeft de zorg psychiatrische zorg zien veranderen. Eva Thalen is net een paar maanden op Dennenoord aan het werk. Samen vertellen ze hoe het er aan toe gaat.
“Mensen verwachten dat alle patiënten hier opgesloten zitten en dat het werk heel zwaar is. Dat is niet het geval, slechts vijf procent van de patiënten zit op een gesloten instelling”, vertelt Polman. Thalen herkent dat mensen denken dat het werk bestaat een constante stroom van extreme situaties. “Mensen verwachten de meest heftige gevallen. Eigenlijk bestaat het werk voor het grootste deel uit mensen helpen met structuur en ritme terugbrengen in hun leven.”
Bas Polman werd meer dan 33 jaar geleden opgeleid tot psychiatrisch verpleegkundige. In de loop der jaren zag hij de zorg voor mensen met zware psychische problemen veranderen. “In mijn opleiding ging het om beheersing, de patiënten structuur en regels opleggen was belangrijk.” Tegenwoordig wordt er anders naar gekeken. “De focus ligt nu op rehabilitatie, dat vergt meer geduld, maar het leidt uiteindelijk tot betere resultaten. De oude methode was natuurlijk niet slecht bedoeld, maar inmiddels weten we wat beter werkt.”
Eva werkt inmiddels ruim vijf maanden op Dennenoord. Als verpleegkundige liep ze al stage op het terrein, dat beviel zo goed dat ze is blijven plakken. “De eerste maanden heb ik rustig kunnen opbouwen. Nu is het een kwestie van me verder ontwikkelen en een band opbouwen met de bewoners. Ik sta er nog altijd heel positief in, ik ga elke dag met plezier naar het werk”, vertelt ze lachend. Polman vult aan dat het winnen van vertrouwen essentieel is, maar dat het wel tijd nodig heeft. “Je probeert je zo min mogelijk aan mensen op te dringen. Soms kan je iemand dag in dag uit groeten, pas na twee of drie jaar groet hij terug. Zo lang kan het duren, vertrouwen kan je niet forceren.”
Het overgrote deel van de contacten tussen de verpleegkundigen en hun patiënten verlopen goed. Toch kan het wel eens misgaan, met potentiëel gevaarlijke situaties tot gevolg. “We werken met mensen met ernstige problemen, die vaak nare dingen hebben meegemaakt. Het is mogelijk dat ze een terugval krijgen”, vertelt Polman nuchter. In het zeldzame geval dat zo’n situatie zich voordoet kunnen de verpleegkundigen snel hulp inroepen. Bas is gespecialiseerd in agressie voorkomen, herkennen en oplossen. Hij geeft ook trainingen aan collega’s in.
Dergelijke voorvallen zijn natuurlijk niet prettig, om het te verwerken is een goede band met je collega’s essentieel, vertelt Thalen. “Zij begrijpen het, verder kennen ze de mensen over wie het gaat en hun achtergrond. Wanneer je dit soort situaties bespreekbaar maakt zorg je ervoor dat je er niet mee blijft rondlopen.” Bas onderschrijft dat. “Natuurlijk zijn er situaties waar je nog wel eens aan terugdenkt, maar ik ga er niet over piekeren.”
Het terrein van Dennenoord, waarvan een groot deel door Lentis wordt gebruikt, werd aan het eind van de 19e eeuw ontworpen als psychiatrische inrichting. Het was gesloten, in feite een klein dorp op zichzelf. Het was ook in grote mate zelfvoorzienend, met een eigen bakker en kerk. Tegenwoordig is het terrein open, de wandelroute het Pieterpad loopt er zelfs overheen. De bakker verdween in de jaren 70, evenals andere voorzieningen. De bewoners zijn daardoor een stuk meer aangewezen op Zuidlaren.
Wat Polman betreft hoort Dennenoord bij het dorp, toch blijft integratie van de cliënten een uitdaging. “Mensen zijn inmiddels wel aan elkaar gewend, maar inclusie blijft lastig.” Een deel van de mensen die onder behandeling staan in Dennenoord wonen in Zuidlaren. Als lid van het ambulante team ondersteunt Polman hen. “Een eigen plek en een baantje kan mensen enorm goed doen, het heeft een positieve impact op hun zelfbeeld. Je ziet mensen dan helemaal opbloeien. Soms zien cliënten er misschien uit als een oude krant, maar daar kunnen prachtige verhalen in staan”, zegt de verpleegkundige lachend.
De druk op de zorg is groot, bij de ggz is het al helemaal aanpoten. Desalniettemin voelt Eva zich helemaal op haar plaats. “De druk is overal hoog. Het bevalt hier heel goed, ik leer veel nieuwe dingen en als ik ergens niet uitkom, is er altijd iemand die ik om hulp kan vragen. Ook mensen uit mijn omgeving zijn niet negatief, iedereen is vooral nieuwsgierig.” Ook Bas voelt zich nog helemaal thuis in de geestelijke gezondheidszorg. “De meeste cliënten hebben geen makkelijk leven gehad, voor de meeste was het een struggle. Het is fantastisch als je dat kan verlichten en op een bescheiden manier kan bijdragen aan hun levensvreugde en zelfstandigheid.”



