Hoog bezoek voor omgekomen hoogvlieger

Afbeelding

EELDE - Op 3 februari 1945 werd luitenant-kolonel Rolf Arne Berg neergeschoten boven Eelde. Precies tachtig jaar later wordt er een gedenksteen voor hem onthuld, in het bijzijn van hoogwaardigheidsbekleders. Onder hen is de Noorse ambassadeur in Nederland Erling Rimestad, directeur van het Noorse Luchtvaartmuseum in Bodø, Rolf Liland, vertegenwoordigers van de Nederlandse luchtmacht en burgemeester van Tynaarlo Marcel Thijsen.

De piloot was nog maar 27 jaar oud toen hij zijn laatste vlucht maakte, desondanks was hij een van de meest gedecoreerde Noorse piloten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gedenksteen met plakkaat is al eerder geplaatst, maar door corona kon er niet groots aandacht aan worden besteed. Dat is nu recht gezet, met een grote opkomst van belangstellenden. 

Voor de officiële onthulling van de steen aan de Drift in Eelde kwamen de genodigden bij elkaar in dorpshuis het Loughoes. Onder de aanwezigen waren Jan Krijthe en Pok Gjaltema. Zij waren nog kinderen toen Rolf Arne Berg en zijn Spitfire gevechtsvliegtuig neerstorten in 1945. Een derde jongen, Dirk, is een paar jaar geleden overleden. De mannen waren erbij toen het lichaam van de jonge piloot uit de cockpit werd gehaald, gewikkeld in zijn parachute. Hij was waarschijnlijk in de lucht al gestorven, nadat zijn vliegtuig werd geraakt door Duits luchtafweergeschut. 

Jur Eckhardt, voorzitter van historische vereniging Ol Eel en een van de organisatoren, neemt de toeschouwers mee in het leven van Rolf Arne Berg. De jonge piloot was 22 toen de Duitsers Noorwegen veroverden, hij vluchtte met zijn medepiloten naar Engeland. Vanuit daar werden ze verscheept naar Canada, waar ze hun training afmaakten. Het kamp heette ‘Little Norway’, nabij Toronto. Na het afronden van de opleiding gingen de piloten terug naar Engeland, waar ze meevochten met de Royal Air Force tegen de nazi’s. Berg bleek een zeer getalenteerde vlieger te zijn, hij maakte al snel promotie en schopte het tot ‘wing commander’, leider van een groep vliegtuigen. 

In 1945 had hij vijf jaar erop zitten als actieve piloot, zijn meerdere vonden het welletjes en gaven hem het bevel in Londen een bureaubaan te vervullen. Op dat moment was hij gevestigd op een vliegveld in Nederland, toen hij hoorde dat er op het vliegveld van Eelde een aantal Duitse vliegtuigen stonden. Hij overtuigde zijn bevelhebber om hem te laten gaan. Eenmaal in Eelde bleken er geen Duitse vliegtuigen te zijn. Berg besloot toch de vliegbasis aan te vallen, het aanwezige luchtafweergeschut raakte zijn linkervleugel waarna hij controle over het vliegtuig verloor. Hij stortte neer in een schuur op de Drift in Eelde, de schuur staat er nog steeds. Tussen het stof werd hij gevonden door de jongens uit het dorp.

De Noorse ambassadeur Erling Rimestad benoemt in zijn toespraak meerdere keren dat hij blij is om in Eelde te mogen zijn. Hij vervolgt: “Dit is een speciale gelegenheid. Samen waarderen we een bijzondere man die het ultieme offer heeft gebracht.” Hij spreekt ook zijn dank uit aan de verschillende organisaties die de herdenking hebben georganiseerd. Naast Ol Eel zijn dat Keep them Rolling (een organisatie die oude legervoertuigen onderhoudt) en Stichting Herdenkingscomité Eelde. Ook burgemeester Marcel Thijsen is de organisatoren dankbaar. Verder benadrukt hij: “Dat het belangrijk is dat we deze verhalen levend houden. We moeten blijven vechten voor vrede. We moeten nooit vergeten om moed en vrijheid in ons hart te houden. We mogen nooit meer terug naar een dictatuur, waarin iemand anders ons vertelt hoe we moeten zijn.”

De Noorse en Nederlandse delegaties wisselen cadeaus uit. Burgemeester Thijsen neemt plakkaten en een boek over de geschiedenis van de Spitfire vliegtuigen gedurende de oorlog. Voor de Noorse delegatie heeft hij een kei, met daarop een schaap. Een verwijziging naar de twee dingen waar Tynaarlo om bekend staat. Verder krijgt de ambassadeur een boek met wandel- en fietsroutes door de gemeente. “Voor wanneer u eens vakantie heeft en deze kant op komt”, grapt de burgemeester. Het bijzonderste geschenk komt wel van Pok Gjaltema, een van de jongens die de piloot zag neerstorten. Hij heeft toentertijd een stukje van de cockpitruit meegenomen, waarvan hij samen met zijn oom een aandenken van heeft gemaakt. Nu overhandigt hij deze aan Rolf Liland, directeur van het Noorse Luchtvaartmuseum in Bodø. Dit is het laatste stuk van het vliegtuig van Berg, de ruit waar hij op zijn laatste moment door naar buiten keek. 

Na de toespraken hult iedereen zich in dikke jassen en verlaat het dorpshuis, om de hoek ligt de gedenksteen. Hij wordt verhuld door een vlag, aan twee vlaggenmasten erachter wapperen de Nederlandse en Noorse vlag. De twee ooggetuigen meneer Krijthe en Gjaltema worden met oude jeeps van het Amerikaanse leger naar de herdenkingsplaats gereden. Marieke Voormolen vertelt het verhaal van de jonge piloot, zoals bekeken vanuit de ogen van een denkbeeldige nicht van hem. Tijdens het vertellen is het doodstil, het eenzame gekras van een kraai onderstreept de stilte. Na het verhaal onthullen Thijsen en de Noorse ambassadeur de steen door de vlag op te tillen. Daarna worden er bloemen gelegd, speelt een trompetter van de harmonie The Last Post en is er een moment van stilte.

Na afloop breekt de groep langzaam apart, sommige lopen terug naar het Loughoes voor een lunch. Anderen gaan richting huis. Ambassadeur Rimestad wil graag nog eens benadrukken dat het een speciaal en ook emotioneel evenement is. “We eren hier in de eerste plaats een bijzonder persoon. Daarnaast laat het verhaal zien hoe belangrijk het is dat we als Europese landen schouder aan schouder staan. Er woedt weer oorlog op ons continent, juist nu is het belangrijk dat we elkaar ondersteunen.” Met Rimestad zijn twee jonge, Noorse piloten meegereisd. Mikkel en John hebben net hun opleiding tot gevechtspiloot afgerond in Texas. Daar worden alle Noorse piloten opgeleid. Hun trainingskamp heet Little Norway, net als het oorspronkelijke kamp in Canada waar tachtig jaar geleden Berg werd opgeleid. De beide mannen vertellen dat het ook voor hen een bijzondere ceremonie was. “Wij zijn maar een jaar ouder dan Rolf Arne Berg toen hij begon met missies vliegen.” John is strak in het uniform gestoken, Mikke draagt burgerkleding. “Bij een overstap van vliegtuigen in Dallas is mijn bagage kwijtgeraakt, met daarin mijn uniform. Op Schiphol moest ik nog snel shoppen, anders had ik hier in een spijkerbroek en slobbertrui gestaan”, vertelt hij met een wrange lach.

Na afloop van de ceremonie praten Pok Gjaltema en Jan Krijthe nog even na. “Het is fantastisch dat dit zo georganiseerd wordt en dat er op deze manier aandacht aan wordt besteed. Dit is uniek.” Zijn oude jeugdvriend vult aan: “Het heeft iets moois, maar het is ook zeker indringend. Wij hebben gezien hoe hij uit de cockpit werd gehaald en hij door de Duitsers werd meegenomen. Het is zeker goed dat hier aandacht voor is.”

UIT DE KRANT

Lees ook