SVT en VAKO nemen veilig sportklimaat serieus

Afbeelding

TYNAARLO – In 2017 verscheen het rapport van de commissie De Vries, die in opdracht van sportkoepel NOC*NSF een onderzoek had ingesteld naar seksuele intimidatie en misbruik in de sport. De impact van dit rapport werd nog versterkt door krantenartikelen, tv-documentaires en rechtszittingen rond dit onderwerp. Het liet voorzitter binnensport Siep Diemer van de Sport Vereniging Tynaarlo (SVT) niet los.

“Het mag duidelijk zijn dat het zó in ieder geval niet moet”, zegt Diemer. “Het rapport De Vries begon door mijn hoofd te zeuren. Ik heb het opgevraagd en ik heb de percentages, die de onderzoekscommissie noemt, losgelaten op onze vereniging. Ik kwam tot de conclusie dat er mogelijk ook binnen onze club negatieve ervaringen speelden. Dat kun je als bestuur niet negeren, dat vraagt om onderzoek en het ontwikkelen van beleid. We willen dat er fijn gesport kan worden. En dat lukt niet als mensen zich onveilig voelen.”

Een brede werkgroep Veilig Sportklimaat werd opgericht, met afgevaardigden van de diverse sporten binnen de omni-vereniging SVT. Naast Diemer en leidster Rosalie Kranenburg van de binnensport zijn dit voetbalvoorzitter Egbert Leiting (die tevens voorzitter van de werkgroep is) en wandelsportvoorzitter Klaas Boonstra. Voormalig topturnster en SVT-lid Liza Arends neemt als ervaringsdeskundige zitting in de werkgroep. Floor Ringelink voetbalde jaren bij SVT en kan vanuit haar praktijkervaring situaties binnen het damesvoetbal duiden. Edmond Varwijk van VAKO maakt ook deel uit van de werkgroep, omdat de verenigingen nauw samenwerken en een aantal voetbalteams bij de jongens en meiden gemengd is samengesteld. Het Beleid Veilig Sportklimaat, dat inmiddels in concept door de werkgroep is voorgelegd aan het hoofdbestuur, volgt de richtlijn van NOC*NSF en sluit daarmee ook aan bij het beleid van VAKO. Een belangrijk lid van de werkgroep tenslotte is extern expert Roel Petter. “Roel is specialist op dit gebied, is zelf vertrouwenscontactpersoon bij FC Groningen en heeft in 2004 de opleiding Vertrouwenscontactpersoon mede ontwikkeld”, zegt Diemer. “Hij weet precies waar we op moeten letten.”

Eén van de eerste acties was het houden van een enquête onder de verenigingsleden om duidelijk te krijgen hoe het sportklimaat op de club werd ervaren. Van de 400 enquêteformulieren kwamen 103 terug, een hoge respons. “Daaruit kwamen gelukkig geen grote dingen naar voren die vroegen om acuut ingrijpen. Mensen oordeelden dat er niet veel aan de hand was. Toch sprongen er wel een paar dingen uit, met name bij de buitensport. Voetbal is emotie. Schelden of fysiek contact op het veld spelen daar meer.” Het actief bevragen van leden wordt ook in de toekomst door de club doorgezet. “Als iemand het lidmaatschap opzegt, willen wij graag de reden weten. Het kan zijn dat een andere sport de voorkeur heeft, maar er kan ook iets anders spelen.”

Wat Diemer erg aangreep, waren de beschadigende ervaringen die zijn zeer talentvolle pupil Liza Arends had tijdens haar intensieve trainingstijd als jonge topturnster in Heerenveen. “Ze trainde daar als 6-jarige samen met onder anderen Sanne en Lieke Wevers. Uit het verhaal van Liza komt naar voren dat het de omgeving is die ervoor zorgt dat intimidatie en vernedering plaats kunnen vinden. Het ligt niet aan het slachtoffer. Het duurt soms jaren voordat dit besef er bij het slachtoffer zelf is. Ik hoorde 15 jaar later wat er toen écht met haar is gebeurd. Dat greep me bij de strot.”

Grensoverschrijdend gedrag in de sport kan pas worden aangepakt als de ruimte er is om erover te praten. “Openheid en meer communicatie is enorm belangrijk. Niet alleen overigens om duidelijk fout gedrag een halt toe te kunnen roepen. Ook om dingen de wereld uit te helpen, waarbij geen foute intenties spelen. Als een trainer een troostende arm om een kind legt, doet diegene wat zijn medemenselijkheid en gevoel hem ingeeft. Dergelijk lichamelijk contact is lastig in regels te vangen. Maar overleg het wel met de ouders, om ieder misverstand te voorkomen. Wanneer ik bijvoorbeeld bij het opvangen van een turnster per ongeluk verkeerd zou grijpen, dan bespreek ik dat ook met de ouders.” Het is wat anders als een trainer structureel misgrijpt en het vermoeden ontstaat dat dit met opzet gebeurt. Vaak is er bij misbruik sprake van een glijdende schaal. “Het gebeurt vaak niet van de ene op de andere dag. Het wordt onveilig als een ‘machthebber’ zoals een trainer of coach zich met een pupil gaat afzonderen.” Duidelijke regels, een open sfeer en communiceren zijn van cruciaal belang om zaken helder te krijgen. Voor zover bekend speelt er op dit moment niets binnen de club wat met misbruik vandoen heeft. “Het is heel belangrijk dat leden weten dat er vertrouwenscontactpersonen zijn bij wie ze terecht kunnen als dat nodig is. Wij delen met VAKO zowel een mannelijke als een vrouwelijke vertrouwenscontactpersoon: Klaas Kasper en Jiska Weijermans.”

Het lastige van sociale veiligheid is dat een voorval verschillend opgevat kan worden. ”Wat bij de één als grappig overkomt, kan voor de ander beschadigend zijn.” Diemer haalt een bijeenkomst in De Kolk in Assen aan, waar duidelijk werd gemaakt wat pesten in de kleedkamer met iemand kan doen. “Daar zat een grote, volwassen man met een goede baan. Toen hij vertelde over de tijd dat hij als kind op de voetbalclub werd gepest, zat hij weer in dat moment. Zijn sporttas werd telkens boven op het dak van de kleedkamer gegooid. De onmachtige woede en het verdriet daarover kwamen opnieuw boven en hij verontschuldigde zich dat hij huilde.”

Wat tegenwoordig speelt, is de aanwezigheid van mobiele telefoons in kleedkamers. “Filmpjes en foto’s kunnen op sociale media worden gezet om te pesten of om iemand onder druk te zetten. Hier ligt voor de overheid een taak. Het is toch belachelijk dat degene die op dergelijke beelden te kijk wordt gezet, geen eigendomsrecht heeft over dat materiaal.” Ook sportbonden moeten volgens Diemer hun verantwoordelijkheid nemen. “Een vrijwilliger, sporter of trainer die bij een vereniging over de schreef is gegaan, kan nu nog bij een andere club terecht. Maar zulke mensen kun je beter kwijt dan rijk zijn. Daar ligt een taak voor de bond.” Bij SVT en VAKO moet iedere vrijwilliger die in één op één contact komt met jeugdleden een VOG (Verklaring Omtrent het Gedrag) overleggen, iedere drie jaar opnieuw. “Het is een manier om mensen met verkeerde intenties te weren.”

De film die NOC*NSF ontwikkelde om trainers te ondersteunen in het herkennen van onveilige omgangsvormen in de amateursport, werd in het pilotstadium voor het eerst in de sportkantine De Spil van SVT gedraaid. De vereniging investeert ook in deze kwaliteit van de sportleiding. Diemer spreekt van de noodzaak om een vliegwieleffect te creëren als het om een veilig sportklimaat gaat. Ook ouders hebben hierin een rol. Niet alleen als het gaat om het oppikken van signalen van hun kind, maar ook in het aanspreken op ongewenst gedrag en verruwing van manieren. De werkgroep formuleerde daarvoor ook een aantal omgangsregels die voor iedereen gelden en duidelijk op de sportlocaties van SVT gecommuniceerd gaan worden. Zodat helder is dat een voorval dat zich tijdens de plaatselijke derby voordeed, niet wordt geaccepteerd. “Langs de lijn gooide een jongen vuurwerk op het veld. Daar staan mensen om heen, maar het wordt schijnbaar normaal gevonden. Burgemeester Marcel Thijsen was bij die wedstrijd aanwezig en stapte op die jongen af: ‘Dat doen wij hier niet’. De jongen informeerde wie die man dan wel was. Waarop Thijsen doodkalm zei: ‘Ik ben hier de baas’.”

UIT DE KRANT